Een Australische reproductiebiologe, een symposium over wilde dieren in Campo Grande en vijf dagen alleen in het Caiman Ecological Refuge, verteld in haar eigen woorden
Andrea Laws-King (67) komt uit Australië en is reproductiebiologe, enduranceruiter en ondernemer. Ze vloog naar Brazilië voor het internationale symposium over reproductieve biotechnologie voor het behoud van wilde dieren in Campo Grande. Dat is de hoofdstad van Mato Grosso do Sul en de belangrijkste toegangspoort tot de Zuid-Pantanal.
Na het symposium had ze nog een paar vrije dagen, tijd om het land beter te leren kennen. Op zoek naar een bestemming stuitte ze op de Pantanal, een gebied waar ze nog nooit van had gehoord. De Pantanal ligt vlak bij Campo Grande, en omdat natuur en dieren haar boeien, wist ze het zeker: dit was de perfecte bestemming voor haar soloreis.
In augustus 2026 bracht Andrea vijf dagen door in het Caiman Ecological Refuge. Het privéreservaat is 53.000 hectare groot. Gasten van over de hele wereld logeren er in luxe accommodaties, en het reservaat organiseert activiteiten rond ecotoerisme en natuurbehoud. Ze liet de hele reis via PlanetaEXO plannen en boeken. Dit is haar verhaal. Lees je mee?
Photo: Andrea Laws-King
Oog in oog met jaguars dankzij Onçafari
Tijdens haar verblijf kon Andrea het werk van het Onçafari-project van dichtbij volgen. Dit initiatief beschermt jaguars en werkt met habituatie: de dieren raken gewend aan de aanwezigheid van mensen, wat het onderzoek makkelijker maakt en het ecotoerisme een impuls geeft. Het programma ging in 2011 van start op het terrein van Caiman zelf. Daarom is Caiman de beste plek in de hele Zuid-Pantanal om deze grote katten te zien.
Dat Onçafari in haar reisschema van PlanetaEXO stond, wist ze. Wat het project precies inhield, begreep ze nog niet helemaal. Al snel raakte ze in de ban van het werk van de mensen erachter. “Ik heb echt genoten van mijn dag met Onçafari: jaguars zien en er van alles over leren”, zei ze. “Het heeft me zonder meer de ogen geopend wat natuurbehoud betreft.”
Goed om te weten: met de gewone safaritochten van Caiman heb je al een goede kans om een jaguar te zien. De Onçafari Experience betaal je apart, maar daarmee duik je echt in de wetenschap achter het project. Veel reizigers vinden die extra uitgave, net als Andrea, meer dan de moeite waard.
Hyacinthara’s, nieuwe bomen en een ontroerend eerbetoon
Op de website van Caiman ontdekte Andrea het Projeto Arara Azul, en meteen na aankomst in de lodge vroeg ze of ze mocht meedoen. De hyacinthara geldt als de grootste vliegende papegaai ter wereld en staat nog altijd als kwetsbaar te boek. Het project werd in 1990 opgericht door onderzoeker Neiva Guedes en draait op vaste bijdragen uit deze excursies: elke cent gaat rechtstreeks naar de bescherming van de soort.
Andrea zat in een groep met gezinnen uit Frankrijk en Engeland en keek toe hoe de wetenschappers in de bomen klommen om de nesten te controleren. “Ik vond het geweldig om met ze mee te gaan naar natuurlijke nesten en nestkasten van de hyacinthara’s, terwijl die prachtige vogels ons in de gaten hielden.”
Tijdens de tour kreeg Andrea tot haar verrassing de kans om een boom te planten. Ze had net een van de bekendste dieren van de Pantanal gezien en vond het fijn en ontroerend om iets bij te dragen aan de plaatselijke flora. Het is een van de momenten die haar het meest zijn bijgebleven, en daar is een heel persoonlijke reden voor. “Ik mocht [de boom] een naam geven! De groep stelde voor hem te vernoemen naar mijn oude hond, Snowball, die net in Australië was overleden”, vertelde ze liefdevol.
De perfecte mix: natuur, ervaren gidsen en luxe gastvrijheid
Bij Caiman volgt het programma het ritme van de natuur. De safari’s vertrekken ’s ochtends vroeg en ’s middags nog een keer, precies wanneer de dieren het actiefst zijn en de kans dat je ze ziet het grootst is. Op de terugweg naar de lodge valt het donker over de Pantanal, en dan zoeken de gidsen met schijnwerpers naar nachtdieren.
En de gidsen? Daarover is Andrea kort en vol lof. “De gidsen wisten ontzettend veel. Ze wilden dat iedereen zoveel mogelijk vogels en wilde dieren zag. Ze hadden grenzeloos respect voor de dieren en de omgeving.”
Terug in de lodge viel haar al snel het contrast op tussen de ongerepte natuur en de service van topniveau die ze als gast kreeg. “De lodge was geweldig! Het verblijf was fenomenaal tussen de safaritochten in de open terreinwagens door”, zei ze vol bewondering.
Het hoofdgebouw, Casa Caiman, is een voormalige boerderij met 18 suites, een restaurant, een bar, een zwembad en een houten terras met uitzicht op de baai. Andrea was dik tevreden. “De organisatie bij Caiman was uitstekend”, prees ze. “Het comfort was echt top en het personeel had niet beter kunnen zijn!”
Als kind was Andrea met haar gezin al eens in Rio de Janeiro. Jaren later kwam ze als volwassen vrouw terug naar Brazilië: alleen, in een land dat totaal anders is dan het hare. “Ik had er zin in, al was ik ook een beetje zenuwachtig”, gaf ze toe. Gelukkig waren die zenuwen snel verdwenen. “Ik voelde me veilig tijdens mijn verblijf en de mensen daar waren allemaal heel gastvrij.”
Dat een gespecialiseerd team de logistiek van de reis regelde, scheelde ook veel. “Doordat PlanetaEXO mijn reis naar de Pantanal organiseerde, was het makkelijk om als vrouw alleen te reizen”, zei ze. “Het ophalen en wegbrengen verliep vlekkeloos en het team hield me goed op de hoogte. Ik voelde me heel veilig.”
Andrea’s tips voor je reis naar de Pantanal en Caiman
Op de vraag welke tips ze had voor wie de Pantanal voor het eerst bezoekt, hoefde Andrea niet lang na te denken. “Boek zeker via PlanetaEXO en kies voor de reis naar Caiman. Het is precies zoals [online] beschreven.”
Ook de paardrijtochten vielen haar op, al sloeg ze die zelf over. Ze rijdt namelijk beroepsmatig endurance, dus ze koos liever activiteiten die buiten haar dagelijkse routine vallen. Wel zag ze dat de ritten uitstekend geschikt zijn voor wie minder ervaring heeft.
“[Bij Caiman] zijn de paardrijtochten bedoeld voor niet-ruiters, in een rustig tempo en ‘achter de leider aan’.”Een mooie tip voor beginners!
Photo: Lais Moura
De Pantanal in drie woorden en Andrea’s volgende reisplannen
Het comfort in Caiman, het contact met de natuur, de schoonheid van de Pantanal: het maakte allemaal indruk op Andrea. Haar reis vatte ze samen in drie woorden: “Weids. Afgelegen. Verwondering.”
De reis door Brazilië beviel haar zo goed dat ze nu al terug wil, en dan naar een andere bestemming. “Volgende keer wil ik heel graag naar de Amazone! Piranha’s en roze dolfijnen? Daar zeg ik geen nee tegen!”
Caiman en de Zuid-Pantanal bezoeken met PlanetaEXO
Nu je Caiman door de ogen van Andrea hebt leren kennen, weet je wat dit stukje Pantanal te bieden heeft: jaguaronderzoek dat je van dichtbij kunt volgen, hyacinthara’s die je vanuit hun nest aankijken en echt comfort tussen de safaritochten door.
PlanetaEXO is een ecotoerismeplatform dat gespecialiseerd is in tours in de Zuid-Pantanal. Samen met ervaren lokale gidsen en touroperators regelen we de logistiek (de transfer vanuit Campo Grande, de lodge, de maaltijden en het activiteitenprogramma), zodat je je helemaal op de dieren kunt richten. Neem nu contact met ons op!
Praktische Manaus-tips voor wie vóór of na het regenwoud een paar dagen in de stad blijft: veiligheid, gezondheid, eten, bezienswaardigheden in de ochtend en wat er verder te doen is
Manaus is de belangrijkste toegangspoort tot de Braziliaanse Amazone, maar de mooiste ervaringen beginnen vaak buiten de stad. Van afgelegen junglelodges en riviercruises in kleine groepen tot begeleide kampeerexpedities: er zijn talloze manieren om het grootste tropische regenwoud ter wereld te ontdekken.
Plan je een Amazone-tour vanuit Manaus in Brazilië? Met deze 10 praktische tips reis je veilig, kies je de juiste ervaring, trap je niet in toeristenvallen en haal je het meeste uit je vakantie in Manaus en de regio.
PlanetaEXO, een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in Amazone-reizen in Brazilië, heeft deze tips samengesteld voor iedereen die Manaus bezoekt, vooral als je ook het regenwoud in wilt. Bekijk ze hieronder!
Photo: Paulo Mateus Oliveira Guerra
1) Minder tijd in Manaus, meer tijd in het Amazoneregenwoud
Manaus is dan wel het belangrijkste vertrekpunt naar de Braziliaanse Amazone, maar waarom zou je, na zo’n lange reis, het grootste deel van je tijd in de stad doorbrengen? De echte ervaring begint pas als je de stad achter je laat en dieper het regenwoud in trekt.
Vul je reisplan dus niet met stadsbezoek en korte uitstapjes zoals een dagtocht vanuit Manaus. Wij raden je aan om minstens 3 tot 5 dagen midden in de natuur door te brengen. Zo heb je tijd om afgelegen rivieren te verkennen, met lokale gidsen door de jungle te wandelen, dieren in hun natuurlijke omgeving te zien en de Amazone in een rustiger tempo te beleven.
Er zijn verschillende manieren om het regenwoud te beleven, afhankelijk van hoeveel comfort je zoekt en hoe avontuurlijk je bent:
Junglelodges in de Amazone: je verblijft midden in het regenwoud, met begeleide junglewandelingen, kanotochten, dieren spotten en de kans om lokale gemeenschappen te leren kennen. Van eenvoudige jungleaccommodatie tot comfortabele ecolodges: er is voor elke reisstijl iets.
Amazone-riviercruises: verken de Rio Negro en zijn zijrivieren aan boord van kleine expeditieboten en bereik afgelegen gebieden waar je met een dagtocht nauwelijks komt. Word wakker met de geluiden van de natuur, vaar door smalle waterwegen in het bos en ontdek elke dag een andere kant van de Amazone.
Junglekamperen en survivalexpedities: voor echte avonturiers geven nachten kamperen in het regenwoud een diepere band met de natuur. Leer overlevingstechnieken van ervaren lokale gidsen, kook in het bos en slaap omringd door de geluiden van de Amazone.
Een van de grootste voordelen van een verblijf in de Amazone bij Manaus is dat je het regenwoud op verschillende momenten van de dag beleeft. De vroege ochtend is ideaal om vogels te spotten, terwijl nachtelijke tochten een heel andere kant van de jungle laten zien.
Ons advies, en een van de belangrijkste Manaus-tips: zie Manaus als je aankomst- en vertrekpunt, niet als hoofdbestemming. Een nacht in de stad kan handig zijn voor je vluchtaansluitingen, maar geef voorrang aan je tijd in het regenwoud.
2) Blijf veilig: de juiste wijk, het juiste vervoer en slimme gewoontes
De eerste van onze tips voor Manaus gaat over veiligheid. De stad vraagt om dezelfde alertheid als elke andere grote stad, en als bezoeker loop je vooral risico op gelegenheidsdiefstal: een telefoon die uit je hand wordt gegrist of een zakkenroller in de drukte. Met deze adviezen voorkom je de meeste problemen.
Waar overnachten in Manaus
Niet elke wijk is even geschikt voor toeristen. Zoek je een hotel, dan helpt dit overzicht:
Ponta Negra: hotels aan de rivier, restaurants en een boulevard waar veel politie rondloopt. De beste plek om na het regenwoud bij te komen.
Adrianópolis en Vieiralves: rustige woonstraten, winkelcentra, restaurants en bars waar het ’s avonds druk is met locals.
Centro Histórico: overdag een aanrader, maar na het donker loopt het leeg. Blijf er dus niet hangen na 20.00 uur.
Overslaan: Compensa, São José Operário en elke sloppenwijk. Als toerist heb je daar niets te zoeken.
Slaap de nacht vóór je Amazone-tour in het Centro of in Adrianópolis. Ceasa Port, waar verschillende boten vertrekken, ligt dan op ongeveer 20 minuten. Ponta Negra ligt aan de andere kant van de stad: die wijk bewaar je voor als je terug bent.
Vervoer en handige gewoontes
Neem Uber of 99, ook vanaf het vliegveld, dat zo’n 14 km buiten het centrum ligt. Bestel ritten alleen via de app en controleer het kenteken voordat je instapt.
Negeer chauffeurs en “gidsen” die je in de aankomsthal aanspreken, en laat de stadsbus ’s avonds staan.
Houd je telefoon op straat uit het zicht, laat je paspoort in de hotelkluis en verdeel contant geld en pasjes over twee plekken.
Geld pinnen doe je overdag, binnen in een bankfiliaal. Op de Mercado Adolpho Lisboa houd je je tas goed in de gaten: zakkenrollers zijn er dol op.
3) Eet zoals de locals (en regel dieetwensen op tijd)
Eten in Manaus draait om riviervis, cassave en vruchten die wild in het bos groeien. Eén gerecht is zelfs wettelijk beschermd: het broodje X-caboquinho werd in 2019 immaterieel erfgoed van Manaus.
Wat en waar eten in Manaus:
Tambaqui: de lievelingsvis van de regio, en gegrild op z’n best. Bestel hem bij Tambaqui de Banda (R. José Clemente, 596), tegenover het operahuis.
Tacacá: een hete soep van tucupi, jambu (een blad waar je lippen gevoelloos van worden) en gedroogde garnalen. Inwoners eten hem halverwege de middag aan kraampjes als Tacacá da Gisela (Largo de São Sebastião, Centro).
X-caboquinho: een broodje met de palmvrucht tucumã, gebakken bakbanaan en verse kaas, al vanaf de vroege ochtend te koop bij de bakker.
Moderne keuken: ga langs bij een paar van de bekendste restaurants in Manaus, zoals Banzeiro (R. Libertador, 102), Caxiri (R. 10 de Julho, 495) en Biatüwi (R. Bernardo Ramos, 97).
Açaí: echte Amazone-açaí is ongezoet en eet je bij hartige gerechten, zoals gebakken vis en gedroogde garnalen. Proef hem bij AçaíBelém (R. Alexandre Magno, 497) en Waku Sese (R. Purus, 260).
Restaurants in Manaus buiten de streekkeuken
In Vieiralves en Adrianópolis en in de winkelcentra Amazonas Shopping en Manauara Shopping vind je Japanse, Italiaanse en Portugese restaurants en burgertenten. De meeste zaken rekenen een optionele servicetoeslag van 10%, dus extra fooi geven hoeft niet.
Heb je dieetwensen? Dan heb je hier wat aan:
Veganistisch en vegetarisch: voor volledig natuurlijke, plantaardige gerechten is Edi Sabor Natural (Av. Mário Ypiranga, 54) een vaste favoriet in de stad.
Glutenvrij:tapioca, farinha en tucupi zijn van nature glutenvrij, maar vraag wel of ze een aparte frituurpan gebruiken (sem glúten).
Lodges en cruises: geef je dieetwensen door bij het boeken, want in het bos is de bevoorrading beperkt.
4) Wat te doen in Manaus: de beste bezienswaardigheden
Teatro Amazonas en Largo de São Sebastião
Het Teatro Amazonas in Manaus opende in 1896, midden in de bloeitijd van de rubberhandel, en werd op 27 juli 2026 samen met het historische Theatro da Paz in Belém officieel tot UNESCO-werelderfgoed uitgeroepen. Rondleidingen zijn er van dinsdag tot en met zondag, vanaf 9.00 uur. Buiten op het Largo de São Sebastião vind je een kerk, bestrating met een golvend patroon en ’s avonds kraampjes met tacacá.
Historisch centrum
Een wandeling langs de oudste bezienswaardigheden van Manaus begin je bij de Mercado Adolpho Lisboa, geopend in 1883 met ijzerwerk dat per schip uit Europa kwam. Loop daarna over de Avenida Eduardo Ribeiro naar het Palácio Rio Negro en sluit af bij de Mirante Lúcia Almeida, een uitkijkpunt over de Rio Negro.
MUSA, het Museu da Amazônia
Wetenschap en cultuur staan centraal in het Museu da Amazônia (MUSA). Wat het MUSA in Manaus bijzonder maakt: het grenst aan het bosreservaat Adolpho Ducke, binnen de stad, en de 42 meter hoge toren steekt boven het bladerdak uit. Dichte schoenen zijn verplicht en voor de wandelingen met gids moet je reserveren.
Bosque da Ciência
Lamantijnen en reuzenotters uit de Amazone zie je in het Bosque da Ciência, een bospark van INPA, het Braziliaanse nationale instituut voor Amazoneonderzoek. De toegang is gratis, maar je moet vooraf reserveren.
Heb je een dag extra?
Presidente Figueiredo: watervallen en grotten, ongeveer 2 uur ten noorden van de stad. Ga doordeweeks, of maak er een meerdaagse reis van met de 4-daagse kajaktour door de Amazone.
Museu do Seringal: een openluchtmuseum dat een rubberplantage nabootst, op 25–30 minuten varen van Marina do Davi. Combineer het met Praia da Lua, dat aan dezelfde route ligt. Het museum staat ook op het programma van de Luxe Amazonecruise in Brazilië.
Photo: Lucia Barreiros Silva
5) Trek ’s ochtends de stad in
Ideeën over wat te doen in Manaus heb je nu genoeg. Minstens zo belangrijk is het tijdstip: plan de bezienswaardigheden in de ochtend. In de vroege middag is de hitte op z’n hevigst, in het regenseizoen (december tot mei) barsten na de lunch de buien los en later op de dag komt de drukte. De zon komt het hele jaar door rond 6.00 uur op. Een voorbeeldschema:
6–8 uur: ontbijt met een X-caboquinho en een bezoek aan de Mercado Adolpho Lisboa.
8.30–11 uur: de toren van het MUSA, een rondleiding door het Teatro Amazonas of het Bosque da Ciência.
12–15 uur: lunchen en uitrusten in het hotel.
17–18.30 uur: zonsondergang in Ponta Negra, daarna uit eten en met een taxi-app terug.
Plan vooruit, dan haal je meer uit je tijd: kijk wat er op het programma van het Teatro Amazonas staat als je een avond naar de opera in Manaus wilt, reserveer bij het MUSA op tijd een wandeling met gids of een tocht bij zonsopgang, en boek maanden vooruit als je rond het Festival de Parintins eind juni reist.
Photo: Amazonastur
6) Stranden in Manaus: ga erheen, maar let op een paar dingen
De stranden van Manaus zijn rivierstranden aan de Rio Negro, en ze horen bij de grootste trekpleisters van de stad. In het weekend trekken ook de inwoners erheen, dus het tijdstip maakt veel uit.
Strand van Ponta Negra: kom laat in de middag, als de zon boven de rivier ondergaat. Zwemmen is verboden zodra de rivier onder de 16 m zakt, dus zie Ponta Negra in Manaus vooral als boulevard.
Praia do Tupé en Praia da Lua: alleen per boot bereikbaar, vanaf Marina do Davi. Ga op een doordeweekse ochtend, dan is het er rustiger, en spreek de terugvaart af voordat je vertrekt.
Zit er in je Amazone-tour een lodge of cruise op de Rio Negro? Dan heb je de stadsstranden misschien helemaal niet nodig: Anavilhanas heeft in het droge seizoen witte zandstranden, vaak met alleen jouw groep erop.
Seizoen, droogte en timing
De stranden zijn het grootst van augustus tot november, als het water laag staat.
Bij extreme droogte geldt een zwemverbod en veranderen de bootroutes.
Kom vóór 11.00 uur, smeer je goed in en zwem nooit alleen.
Photo: Mário Oliveira
7) Vermijd overvolle programma’s en aanbiedingen in de aankomsthal
Overvolle programma’s: de klassieke dagtocht propt de Encontro das Águas, een meer, een show in een “inheems dorp” en een stop bij de dolfijnen in 6 tot 7 uur.
Excursies voor de massa: grote boten, voor elke groep dezelfde vaste stops en opgevoerde shows. Wil je toch een dag het water op? Kies een kleine boot en vraag wat er bij elke stop inbegrepen is.
Tours uit de aankomsthal: jungletrips met korting die je vooraf contant moet betalen, of boottickets van ronselaars in de haven.
Boek je Amazone-tour vanuit Manaus vóór vertrek bij een erkend bedrijf. Vraag naar de registratie in Cadastur (het Braziliaanse register van toeristische bedrijven en professionals) en het officiële CNPJ-nummer (het bedrijfsnummer). Wantrouw prijzen die ver onder het gangbare niveau liggen: een legitieme lodgereis van 3 dagen kost meestal tussen US$400 en US$1.200.
8) Geen gedwongen contact met wilde dieren
Bij dagtochten vanuit de stad is al vaker vastgelegd dat wilde dieren op onethische manieren worden ingezet. Niet zelden krijgen ze verdovende middelen, zodat ze rustiger zijn en zich makkelijker laten aanraken.
Zwemmen met roze dolfijnen of ze voeren wordt vaak als een leuke activiteit gebracht, maar deze dolfijnen zijn een bedreigde soort, en zulke kunstmatige ontmoetingen verstoren hun natuurlijke gedrag.
Betalen om met luiaards, kaaimannen, slangen of andere wilde dieren op de foto te gaan is net zo schadelijk, en bovendien illegaal in Brazilië. Die dieren worden alleen in gevangenschap gehouden als decor voor toeristenselfies.
Echte ontmoetingen met dieren komen onverwacht: een rivierdolfijn die naast de kano bovenkomt, een luiaard die je gids opmerkt. Garanties zijn er niet. Neem een verrekijker mee, houd afstand en laat de dieren het tempo bepalen.
Koop je rechtstreeks bij inheemse ambachtslieden en kleine producenten, dan blijft je geld in de regio en weet je waar je aankoop vandaan komt. Op zoek naar echte souvenirs in Manaus om mee naar huis te nemen? Ga dan langs bij deze adressen:
GaleriAmazônica (R. Costa Azevedo, 272): werk van minstens 15 inheemse volken, met een label waarop de groep en de materialen staan.
Praça Tenreiro Aranha (R. Guilherme Moreira, 53) en Largo de São Sebastião (R. 10 de Julho, s/n): ambachtskraampjes en winkeltjes in het Centro, met sieraden van zaden, manden en hangmatten.
Winkels in het toeristische hart: handig, maar duurder voor dezelfde spullen.
Laat alles liggen wat van dierenhuid, klauwen, tanden of veren is gemaakt. Zulke producten kopen of verkopen is volgens de Braziliaanse wet illegaal, en voor export heb je officiële toestemming nodig van Ibama, de nationale milieudienst.
Photo: Eduardo Amorim
10) Pas goed op je gezondheid in de hitte rond de evenaar
Volgens INMET, de Braziliaanse weerdienst, liggen de gemiddelde maximumtemperaturen in Manaus tussen 31 °C in februari en 34,1 °C in september, bij een luchtvochtigheid van 75–86%.
Zo houd je het vol: drink de hele dag flessenwater, smeer je in met SPF 30+, zet een hoed op en kies lichte kleding met lange mouwen.
Vaccinaties en muggen
Gele koorts: hoort niet bij de verplichte vaccinaties voor Brazilië (je komt het land ook zonder in), maar wordt wel aangeraden voor de deelstaat Amazonas. Haal de prik minstens 10 dagen voor vertrek en laat 30 dagen tussen deze prik en het mazelenvaccin.
Malaria en dengue: de beste bescherming tegen malaria in Manaus en andere ziektes die muggen overbrengen? Zorgen dat je niet gestoken wordt. Gebruik een middel met minstens 20% DEET of picaridine, draag kleding die je huid bedekt en houd ’s nachts ramen en deuren dicht. Hotels in de regio hebben meestal klamboes.
Medische noodgevallen
Spoedeisende medische hulp is in Brazilië gratis via het publieke zorgstelsel, SUS, en dat geldt ook voor buitenlandse reizigers. Het belangrijkste openbare spoedziekenhuis van Manaus is het Hospital e Pronto-Socorro 28 de Agosto in Adrianópolis.
In een privékliniek moet je betalen of goed verzekerd zijn, en jungle-lodges liggen uren verwijderd van medische hulp. Een reisverzekering met medische evacuatie die ook al je geplande activiteiten dekt, is dus onmisbaar.
De beste van alle Manaus-tips: plan je Amazone-tour met PlanetaEXO
Manaus is een interessante stad om te verkennen, maar wil je het Amazoneregenwoud ontdekken, dan is dit de laatste van onze Manaus-tips: breng het grootste deel van je tijd in de natuur door. Of je nu kiest voor een junglelodge, een riviercruise of een kampeerexpeditie, een meerdaagse ervaring geeft je meer kansen om afgelegen waterwegen te verkennen, dieren te spotten en van lokale gidsen te leren.
PlanetaEXO is een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in avonturenreizen in Brazilië. We werken samen met de beste lokale touroperators in de Amazone en regelen elk detail van je reis, van het ophalen bij je hotel in Manaus tot reizen op maat in het regenwoud. Neem nu contact met ons op!
“Far From The Crowds, Close To What Matters” laat zien hoe kleinschalig toerisme het leven verandert van traditionele gemeenschappen in het kersverse UNESCO-werelderfgoed
PlanetaEXO heeft officieel een nieuwe korte film uitgebracht: “Lençóis Maranhenses: Far From The Crowds, Close To What Matters.” Op 23 september gaat de documentaire in première op YouTube. De film toont de grote sociaaleconomische impact van meerdaagse trektochten met kleine groepen in het Nationaal Park Lençóis Maranhenses in Brazilië en zet het leven in afgelegen gemeenschappen af tegen de groeiende golf massatoerisme in de regio.
Het nationale park krijgt op dit moment meer toeristen over de vloer dan ooit. In 2025 trok de bestemming volgens het ICMBio 656.388 bezoekers, een sprong van 41% ten opzichte van het jaar ervoor. De motor achter die groei: de nieuwe status als UNESCO-werelderfgoed.
Wie de grote drukte wil vermijden, moet tegenwoordig goed weten wat de beste reistijd voor Lençóis Maranhenses is. De mini-docu gaat nog een stap verder en laat de makkelijk bereikbare lagunes links liggen. In beeld staan de gemeenschappen in en rond het reservaat die voor hun inkomen inzetten op overnachtingen bij lokale families thuis.
Ver voorbij de drukke lagunes: het spectaculaire landschap van Lençóis Maranhenses, waar toerisme met een kleine voetafdruk het leven verandert van de mensen die in het park wonen. (Foto: Isadora Sá)
“We houden bewust zelf het kleinste deel,” legt Lucas Ribeiro uit, oprichter van PlanetaEXO en regisseur van de korte film. “Als het grootste deel van het geld niet terechtkomt bij de mensen die de reiziger onderdak geven, voor hem koken en met hem meelopen, dan is het geen gemeenschapstoerisme. Dan verkoop je gewoon een mooi landschap.”
Harde cijfers achter het verhaal
PlanetaEXO brengt reizigers rechtstreeks in contact met lokale partners, en de eigen cijfers van het bedrijf bewijzen dat het model uit de mini-docu werkt. In de afgelopen twee seizoenen stak een beperkte groep van slechts 583 reizigers met PlanetaEXO de duinen over.
Doordat 80% van de bruto-inkomsten op de bestemming blijft, vloeide er meer dan R$ 1,4 miljoen (ongeveer US$ 250.000) rechtstreeks naar de lokale economie. Dat geld ging naar gastgezinnen, chauffeurs en gidsen. Geen tussenpersonen, geen commissies.
Weg van de drukte, dicht bij wat ertoe doet. Bij tochten over land draait alles om kleine groepen, zodat een groot deel van de inkomsten in de lokale gemeenschappen blijft. (Foto: Isadora Sá)
Van visnet naar gastvrijheid
“Far From The Crowds, Close To What Matters” maakt die cijfers tastbaar via het dagelijks leven van de bewoners van Baixa Grande, een oase die uren van de dichtstbijzijnde weg ligt.
Seu Moacir leefde jarenlang van de visserij, tot het toerisme zijn inkomen veranderde. “Twintig jaar heb ik gevist. We vingen vis om te verkopen en dat leverde bijna niks op. Toerisme brengt wat meer op,” vertelt hij in de film.
“Vroeger was alles heel moeilijk,” vult Dona Dete aan, zijn vrouw en samen met hem gastvrouw. “Toen kwam het toerisme en ging het beter, godzijdank. Ons erf was kleiner, we hadden maar een paar huisjes. Nu is het beter. Ik kan meer mensen ontvangen.”
Van vissers naar gastheren: het leven van Dona Dete en Seu Moacir is veranderd dankzij de inkomsten uit toerisme in de oase Baixa Grande. (Foto: Marcelo Bonifácio)
Reizigers die authentieke tours in Lençóis Maranhenses zoeken, willen vooral weg van het massatoerisme. “We wilden de streek op een niet-toeristische manier bezoeken. We wilden niet in enorme groepen rondlopen,” vertelt de Franse reizigster Morgane Meyer in een interview dat tijdens de trektocht is opgenomen.
Op zoek naar een authentieke ervaring ver van het massatoerisme kozen de Franse reizigers Morgane en Guillaume voor de klassieke oversteek te voet. (Foto: Isadora Sá)
De Portugese toerist Diogo Melo is het daarmee eens. “De positieve impact op de gemeenschappen is heel duidelijk. Als we [bij hen thuis] logeren, merk je dat families hierdoor een stabieler bestaan kunnen opbouwen.”
Voor de Portugese reiziger Diogo Melo is het mooiste van de reis: zien hoe direct en positief toerisme bijdraagt aan de stabiliteit van gastgezinnen. (Foto: Isadora Sá)
Met de film wil PlanetaEXO aantonen dat toerisme in de Braziliaanse natuurgebieden inkomsten moet spreiden. Zo kunnen natuurbehoud en lokale ontwikkeling uitgroeien tot een rendabel bedrijfsmodel voor lokale partners.
Technische gegevens | “Lençóis Maranhenses: Far From The Crowds, Close To What Matters”
Formaat: Korte documentaire
Duur: 5 min 30 sec
Regie: Lucas Ribeiro
Cameravoering: Isadora Sá en Marcelo Bonifácio
Montage: Marcelo Bonifácio
Interviews: Lucas Ribeiro en Isadora Sá
Met medewerking van: Seu Moacir en Dona Dete (Baixa Grande – Lençóis Maranhenses), Bruno Lamas (Brazilië), Carol Costa (Brazilië), Diogo Melo (Portugal), Franck Nicolas (Frankrijk), Guillaume Poupin (Frankrijk), Magali Liprandi (Frankrijk), Marcelo Zelarayán (Barreirinhas – Brazilië) en Morgane Meyer (Frankrijk).
Met speciale dank aan: het team van Paraíso do Caju
Diepte, kust en niveau van alle 21 duikstekken waar de erkende duikcentra van Noronha naartoe gaan, plus de parkregels en de beste maanden om te duiken
Fernando de Noronha telt 21 duikstekken met een eigen naam, verspreid over twee kusten. Welke je kiest, hangt minder af van de vraag welke het mooist is dan van welke kant van het eiland die week beschikbaar is. De archipel is beschermd als nationaal marien park en staat op de lijst van UNESCO-werelderfgoed. De omstandigheden zijn uitstekend: het water is het hele jaar door gemiddeld 26 °C, en er zijn stekken voor zowel beginners als ervaren duikers.
Volgens Projeto Golfinho Rotador, de ngo die sinds 1990 de spinnerdolfijnen in het gebied volgt, gaat zo’n 40% van de bezoekers scubaduiken, terwijl ongeveer 75% gaat snorkelen of freediven. Op eigen houtje duiken zit er niet in. Duiken met flessen mag in het park alleen onder leiding van een door ICMBio erkend duikcentrum, dus de echte vraag is welke stekken je brevet en het seizoen toelaten. Benieuwd welke bij jouw niveau passen?
PlanetaEXO, een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in duikreizen in Brazilië, heeft deze gids met de beste duikplekken in Fernando de Noronha samengesteld. Bekijk ze hieronder!
De beste duikplekken in Fernando de Noronha
De duikstekken van Fernando de Noronha liggen verdeeld over twee kusten: de Mar de Dentro, de beschutte “binnenzee” aan de kant van het Braziliaanse vasteland, en de Mar de Fora, de open “buitenzee” die uitkijkt op Afrika.
Wanneer je gaat, hangt vooral van die tweedeling af. De binnenzee is op zijn best van juli tot december, de buitenzee van maart tot mei.
Let op: bij elke stek staat de diepte die de erkende duikcentra van Noronha voor hun duiken opgeven, niet hoe diep de bodem maximaal is.
Cabeço da Sapata (42 m)
Diep, multilevel en alleen voor advanced en technische duikers: Cabeço da Sapata is een onderwaterpiek in de Mar de Dentro waar de vissen groter worden naarmate je dieper gaat. Denk aan zwarte tandbaarzen, badejo, roggen en af en toe een haai.
De piek ligt voor Ponta da Sapata, de landtong waar de Corveta Ipiranga V17 in 1983 tegenaan voer. Dat verklaart meteen waarom het wrak juist hier ligt.
Een grot met natuurlijk licht, zo’n 15 m hoog en 30 m lang: zo groot dat het licht verandert terwijl je erdoorheen zwemt. Grote roggen en zwarte tandbaarzen zoeken er beschutting.
Er staat stroming, maar de duikcentra nemen er zowel duikers met een basisbrevet als advanced duikers mee naartoe. Daarmee is dit een van de weinige grotduiken op het eiland die ook openstaan voor net gebrevetteerde duikers.
Corveta Ipiranga V17 (62 m)
Het meest complete scheepswrak van het land. Voor veel duikers staat het bovenaan elke lijst met de beste duikplekken van Brazilië.
De Ipiranga was een korvet van de Braziliaanse marine: zo’n 56 m lang en in 1954 in Rotterdam te water gelaten. Op 3 oktober 1983 liep ze bij Ponta da Sapata op de rotsen, en het duurde acht uur voordat ze zonk. Nu staat ze rechtop op 62 m, met de constructie intact en de spullen van de bemanning nog aan boord.
Hier mag je pas duiken met een brevet voor diep- of technisch duiken én na een beoordeling door het duikcentrum.
Laje Dois Irmãos is een rif voor de twee toppen van de Morro Dois Irmãos en een van de stekken waar gebrevetteerde duikers op het eiland het vaakst komen. Tot 22 m zie je er groene zeeschildpadden, gevlekte adelaarsroggen en haaien.
De stek is niet te diep en heeft een mooi onderwaterreliëf, dus meestal is dit de tweede of derde duik van een reis.
Morro de Fora (16 m)
Vlak bij Praia da Conceição, aan de beschutte kant, duik je hier tot 16 m. De stek staat bekend om het vele vuurkoraal, en in de rotsen verstoppen zich murenen, trompetvissen en slijmvissen.
Een makkelijke, kleurrijke duik voor beginners die hun eerste flessen achter de rug hebben.
Ilha do Meio (15 m)
Rustig en beschut, precies tussen de twee zeeën, met duiken tot 15 m. In de kleine grotten kom je steeds iets anders tegen: verpleegsterhaaien die op het zand liggen, murenen en scholen vis die lang genoeg stilhangen voor een foto.
Voor onderwaterfotografen en voor duikers die net hun eerste duiken met brevet maken, hoort Ilha do Meio bij de beste duikplekken in Fernando de Noronha.
Ressurreta (8–12 m)
Tussen Ilha da Rata en Ilha do Meio ligt Ressurreta: 8 tot 12 m rustig water. Het is dé stek voor introductieduiken en een van de weinige plekken waar je ook een nachtduik kunt maken.
Tandbaarzen en barracuda’s zwemmen hier geregeld langs, en omdat het ondiep is, heb je een lange bodemtijd.
Het ondiepe, beschutte begin van de Cagarras-formatie, waar je tot ongeveer 22 m duikt. Je kunt hier een introductieduik maken, maar de stek is net zo goed geschikt voor gebrevetteerde duikers. In de rotsspleten zitten kreeften weggedoken, en verder zie je octopussen, roggen en een constante stroom rifvissen.
Cagarras Funda (33 m)
Dit is de diepe helft van dezelfde formatie: je duikt tot ongeveer 33 m, en de rotswanden lopen door tot 34 m. Advanced duikers vinden hier kloven, overhangen en de grotere pelagische vissen die je in het ondiepe deel niet ziet. Stroming is de norm, dus je maakt er een driftduik.
Buraco do Inferno (15 m)
De naam betekent “hellegat”, maar deze onderwatergrot is een stuk uitnodigender dan hij klinkt. Op zo’n 15 m diepte vind je grillige rotsformaties, met zeeschildpadden, octopussen en kreeften die in de spleten beschutting zoeken.
Rustig, ondiep en makkelijk te navigeren: geschikt voor beginners en duikers van gemiddeld niveau.
Cordilheiras (30 m)
Een rotswand van 30 m bij Ilha da Rata, met een van de indrukwekkendste profielen van de archipel. De geologie is hier net zo interessant als de vis: één doorlopende wand die van boven tot onder vol rifleven zit. Door de diepte en de onbeschutte ligging geldt dit als een duik voor gevorderden.
Pontal do Norte (42 m)
Op de noordpunt van het eiland ligt deze diepe, onbeschutte stek, tot 42 m. Je vindt er grote vissen en veel zeeleven, maar ook sterke stroming en flinke diepte. Alleen ervaren duikers gaan erheen, en dan nog alleen als alle omstandigheden goed zijn.
Cabeço das Cordas (17–33 m)
Eén stek, twee duiken. Het ondiepe deel tot 17 m staat open voor duikers met een basisbrevet, advanced duikers gaan door tot 33 m. Stroming bepaalt het karakter van deze plek, en die brengt de vis mee: scholen horsmakrelen, hondssnappers en piranjica.
Macaxeira (40 m)
Helemaal in het noorden van het eiland, in de Mar de Fora, op 40 m. Een constante stroming voert je langs een wand van ingestorte rotsblokken naar een algenplateau, waar horsmakrelen, ansjovis en gevlekte adelaarsroggen voorbijtrekken.
Het bekendste deel van de stek is de Eel Garden, waar af en toe verpleegsterhaaien en citroenhaaien opduiken.
Buraco das Cabras (15 m)
Deze driftduik begint in de buitenzee en eindigt in de binnenzee, op zo’n 15 m. Tussen de vulkanische rotsen schuilen schildpadden, roggen, doktersvissen en piranjica, en onderweg zie je koralen, sponzen en foeragerende scholen. Het draait hier om de oversteek tussen de twee kusten.
Caieiras (17 m)
Een duik tot 17 m tussen drie rotsformaties die dicht begroeid zijn met algen. Daardoor is het een van de plekken waar zeeschildpadden eten en uitrusten. Scherpsnuithaaien, barracuda’s en passerende scholen zie je er ook geregeld. Voor duikers van gemiddeld niveau een van de beste duikplekken in Fernando de Noronha.
Pedras Secas (15 m)
Pedras Secas in Fernando de Noronha is maar 15 m diep, en toch staat de stek steevast in lijstjes met de beste duikplekken van Brazilië. De rotsen vormen gangen, kloven, bogen, spelonken en kleine grotten waar je doorheen zwemt in plaats van overheen. In dat doolhof wonen barracuda’s, roggen, schildpadden en kreeften.
Frade (8–22 m)
Frade ligt tegenover Praia do Atalaia in de Mar de Fora, voor de kust van Ilha do Frade, met duikdieptes van 8 tot 22 m.
Door de enorme variatie aan vissen, roggen, schildpadden, kreeften en murenen is het een van de drukste stekken van het eiland. En dankzij dat dieptebereik gaan beginners en gebrevetteerde duikers hier samen het water in.
Trinta Réis (22 m)
Een klein eiland in de buitenzee, voor Enseada dos Abreus, waar je tot 22 m duikt. Hoogtepunt is een kloof tussen twee rotswanden: een doorgang voor haaien, roggen, schildpadden en enorme scholen doktersvissen en piranjica.
Cabeço Submarino (23 m)
Tegenover Baía do Sueste ligt een van de interessantste formaties van de Mar de Fora. De duik is een spiraalvormige opstijging rond de piek, tot 23 m, waarmee je de hele formatie in één duik ziet. Rond de piek leven kreeften, barracuda’s, schildpadden en dichte scholen, en af en toe zwemt er een haai langs.
Iuias (12–25 m)
Kloven en grotten zoals bij Pedras Secas, maar dieper (12 tot 25 m), verder uit de kust en blootgesteld aan stroming. Daarom gaan alleen ervaren duikers erheen. Haaien zie je hier vaker dan op bijna elke andere stek in Noronha, en daarnaast een lange reeks andere rifbewoners.
Duiken in Fernando de Noronha: regels, kosten en duikcentra
ICMBio, de federale instantie die het mariene park beheert, bepaalt wie hier het water in gaat: elke duik met flessen in het park moet worden geleid door een duikcentrum dat door ICMBio is erkend. Zelfstandig duiken en uitrusting huren zonder begeleiding is streng verboden. Erkende duikcentra moeten je brevetten controleren, en voor de diepere stekken doen ze eerst een vaardigheidstest voordat je mee mag.
Elke bezoeker betaalt twee aparte bedragen, en bij geen van beide is de duik zelf inbegrepen:
Toegangsbewijs voor het park (ICMBio): R$ 384 voor buitenlandse bezoekers en R$ 192 voor Brazilianen, 10 dagen geldig, online te koop of bij het bezoekerscentrum in Vila do Boldró.
Milieuheffing (TPA): in 2026 begint het tarief bij R$ 105,79 voor de eerste dag en loopt daarna geleidelijk op, tot R$ 672,85 in totaal voor een verblijf van zeven dagen.
In het nationaal park gelden strenge regels. Je mag geen planten, dieren, stenen of schelpen meenemen, zeeleven niet aanraken of voeren, geen visgerei meebrengen, geen selfiestick gebruiken en niet aan land gaan op de kleinere eilanden. Laat je toegangsbewijs vóór vertrek valideren bij de kiosk in Porto de Santo Antônio.
Er is geen maand waarin je alle beste duikplekken in Fernando de Noronha tegelijk kunt duiken: de archipel heeft twee duikseizoenen, één per kust.
De Mar de Dentro, beschut tegen de deining, is op zijn best van juli tot december, het seizoen voor Cabeço da Sapata, Caverna da Sapata en Pontal do Norte. Van maart tot mei is de Mar de Fora aan de beurt, en in die maanden kun je vrijwel zeker duiken bij Pedras Secas, Iuias en Cabeço Submarino.
Het zicht is meestal het best van augustus tot december, als de zee het rustigst is. Het water blijft het hele jaar rond de 26 °C, dus een dun wetsuit volstaat. Liggen je data vast? Kies dan de kust die in die periode goed zit.
Veelgestelde vragen over duiken in Fernando de Noronha
Heb je een brevet nodig om te duiken in Fernando de Noronha?
Nee. Met een introductieduik (batismo) kun je zonder brevet onder begeleiding van een instructeur duiken, bijvoorbeeld bij Ressurreta en Cagarras Rasa. Wil je andere stekken zonder instructeur duiken, dan heb je een Open Water-brevet nodig, en dat kun je op het eiland zelf halen.
Wat zijn de beste duikplekken in Fernando de Noronha voor beginners?
Ressurreta (8–12 m), Ilha do Meio (15 m), Cagarras Rasa (22 m), Buraco do Inferno (15 m) en de ondiepe helft van Cabeço das Cordas (17 m). Ze zijn allemaal beschut of ondiep genoeg voor een lange, rustige duik.
Kan iedereen naar het wrak van de Corveta Ipiranga V17 duiken?
Nee. Op 62 m ligt de Corveta Ipiranga V17 voorbij de grenzen van het recreatieve duiken, dus je hebt een brevet voor diep- of technisch duiken nodig. Omdat de duikcentra eerst je ervaring beoordelen, moet je deze duik ruim van tevoren boeken.
Is snorkelen een alternatief voor duiken in Fernando de Noronha?
Zeker. De meeste reizigers kiezen zelfs voor snorkelen of freediven (zo’n 75%) in plaats van duiken met flessen (ongeveer 40%). Snorkelen in Fernando de Noronha doe je het best in de beschutte binnenzee, tussen juni en december. Je ziet dan dezelfde kleurrijke riffen als op de ondiepe duikroutes.
Duiken op de beste stekken van Noronha met PlanetaEXO
Je weet nu welke de beste duikplekken in Fernando de Noronha zijn, per diepte, kust en niveau. De volgende stap: ze afstemmen op je reisdata en je brevet.
PlanetaEXO is een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in duikreizen in Fernando de Noronha. We werken over het hele eiland samen met erkende lokale duikcentra, dus al je duiken worden geleid door teams met de juiste vergunningen. Van de juiste duikcursus tot het ideale aantal duiken: wij regelen alle praktische zaken van je reis. Neem nu contact met ons op!
Een Sloveense oud-hoogleraar, haar man met zijn camera en zes dagen tussen Barreirinhas, Atins en Santo Amaro, verteld in Maja’s eigen woorden
Maja Žumer (73) doceerde haar hele loopbaan informatiewetenschap aan de Universiteit van Ljubljana, in Slovenië. Officieel is ze sinds een jaar met pensioen, maar bij een onderzoeksprogramma is ze nog altijd betrokken. Precies daardoor kwam Brazilië in 2026 weer in haar agenda te staan: er stond een congres in São Paulo gepland.
Brazilië was voor haar geen onbekend terrein, en de duinen van de Lençóis kende ze allang van foto’s. Al 15 jaar droomde Maja van het Nationaal Park Lençóis Maranhenses. Een eerdere poging was op niets uitgelopen. Nu ging ze eindelijk, samen met haar man Slobodan Žumer, een fervent fotograaf.
In augustus 2026 volgde het stel de volledige route door de Lençóis Maranhenses, georganiseerd door PlanetaEXO met lokale gidsen. Die route verbindt de drie belangrijkste uitvalsbases van het park (Barreirinhas, Atins en Santo Amaro) over de weg, over de rivier en per 4×4. Dit is haar verhaal. Lees hieronder verder!
Vijftien jaar, één mislukte poging en toen: nu of nooit
Het begon allemaal met een gesprek thuis, zo’n 15 jaar geleden. Maja’s schoondochter had een ontdekking gedaan: een plek in Brazilië die Lençóis Maranhenses heet. Maja was meteen verkocht, al leek de afstand een flinke drempel.
De eerste kans kwam 10 jaar geleden, dankzij een congres in Rio de Janeiro. Ze zocht overal naar een reisbureau dat de reis kon regelen, maar vond er geen. Omdat ze alleen reisde, was dat extra lastig. Het werden dus de Iguazú-watervallen. “Het was prachtig, dat moet ik toegeven”, zegt ze, “maar het was de Lençóis niet.”
Toen er dit jaar een tweede congres in São Paulo op de agenda stond, was de keuze snel gemaakt: “Het is nu of nooit.” Maja benaderde meerdere reisbureaus, maar één sprong eruit. “PlanetaEXO was de enige die meteen reageerde, altijd bereikbaar was en al mijn vragen beantwoordde”, blikt ze terug.
Achteraf is haar oordeel duidelijk: “Dit was waarschijnlijk mijn laatste kans. En het liep perfect.”
Een unieke bestemming waar zelfs ervaren reizigers nooit van hebben gehoord
Maja heeft flink wat van de wereld gezien, onder meer Argentinië, Mexico, Guatemala en de Sahara. Toch was de Lençóis anders dan alles wat ze kende.
“Ik kan wel zeggen dat dit echt uitzonderlijk is”, zegt ze vol lof. “Er is niets wat erop lijkt. Zelfs andere woestijnen kunnen er niet aan tippen, door de kleur en natuurlijk ook door de combinatie met het water.”
Wat haar thuis verbaasde: hoe weinig mensen de Lençóis Maranhenses kennen. “Als ik erover begin, zelfs bij mensen die veel reizen en al vaak in Brazilië zijn geweest, hebben ze er nog nooit van gehoord”, vertelt ze. Dat zegt veel over hoe bijzonder dit nationale park is.
De duinen op rijden voelde als rijden door de sneeuw
Na 15 jaar plaatjes kijken lagen de verwachtingen hoog. Toch ontdekten Maja en Slobodan dat geen enkele foto de Lençóis Maranhenses echt recht doet. Vooral de eerste rit in de 4×4 is haar bijgebleven. Hoe kan een zandlandschap zo op een winterlandschap lijken?
“Het is net rijden in de sneeuw, en ik ski heel graag, dus voor mij is dat echt heel, heel positief”, zegt ze enthousiast. Ook hoe groot het allemaal is, maakte indruk op haar. “Ik wist natuurlijk dat het een enorm gebied is, maar ik had niet echt beseft dat je zo ver kunt kijken en dat het de hele tijd verandert.”
Elk uur een ander landschap en een blije echtgenoot met camera
Zes dagen lang trokken Maja en Slobodan door het Nationaal Park Lençóis Maranhenses. Nooit zag het landschap er twee keer hetzelfde uit.“Het was altijd weer anders. Het uitzicht was anders, het licht was anders. Het was nooit, maar dan ook nooit saai”, zegt Maja. Het weer zat mee, en het tijdstip deed de rest: “Om twaalf uur ’s middags is het heel anders dan later op de middag, of ’s ochtends, of bij zonsondergang.”
Ook de textuur van de duinen veranderde steeds. Voor iemand die zo graag fotografeert als Slobodan, waren de Lençóis een “paradijs voor fotografen”. Volgens Maja was hij in de wolken, en dat ontging de gidsen niet.
“Ze stopten altijd voor foto’s. We hoefden maar een teken te geven en ze stonden meteen stil”, weet ze nog. “En zelfs als we geen teken gaven: zodra ze zagen dat mijn man een foto probeerde te maken, gingen ze meteen langzamer rijden.”
Warme lagunes en 10 meter strand helemaal voor zichzelf
Vanuit alle drie de uitvalsbases maakt de volledige route een ronde langs de lagunes: Lagoa Azul (Barreirinhas); Ponta do Mangue en Canto do Atins (Atins); en Lagoa do Junco en Lagoa do Reflexo (Santo Amaro).
Maja vond ze allemaal geweldig, maar één ding viel haar echt op: de temperatuur. “Het verbaasde me hoe warm het water is”, vertelt ze. “Misschien komt dat weer door die associatie met sneeuw.”
Drukte was evenmin een probleem. De gidsen brachten hen naar lagunes waar ze helemaal alleen waren en naar andere waar meer mensen kwamen, maar overvol was het nergens. “We hadden altijd onze 10 meter strand voor onszelf. De gidsen hebben de lagunes en de uitzichten echt goed uitgekozen.”
Drie uitvalsbases, één rivier en nooit haast
Maja en Slobodan bezochten Barreirinhas, voeren met de speedboot over de rivier de Preguiças naar Atins en hadden het in Santo Amaro erg naar hun zin. Zwaar was het nergens.
“We hoefden eigenlijk nauwelijks te lopen. We zijn wat ouder, maar nog best fit. We skiën allebei nog. Lichamelijk was het heel makkelijk en ontspannen, en er was genoeg tijd”, legt ze uit. Voor haar was de reis moeiteloos en tegelijk echt de moeite waard.
Juist dat vond ze een van de fijnste dingen. “We hoefden ons nooit te haasten, en we wisten altijd van tevoren hoeveel tijd we op elke plek hadden. Alles verliep heel soepel.”
Voor hen werkte de organisatie van de route heel goed: de gidsen namen altijd de middag ervoor het programma van de volgende dag door. Voor Maja was dat een enorme hulp. “Anders hadden we steeds moeten terugdenken: ‘Weet ik het nou goed of niet?’ Dat was dus geweldig.”
Lachende gastheren, schone pousada’s en een eerste kennismaking met caju
Buiten de duinen viel Maja vooral de sfeer op. “De mensen zijn altijd vrolijk, altijd aan het lachen. Je ziet geen chagrijnige gezichten”, zegt ze, zelf ook met een glimlach. “De hele sfeer is fijn.”
In restaurants hielp het personeel met de taal en deed het echt zijn best. In de pousada’s zorgden de gastheren ervoor dat het stel het comfortabel had en dat alles op rolletjes liep.
Ook alle accommodaties waren via PlanetaEXO geboekt, en elk verblijf overtrof de verwachtingen. Elke plek had een eigen karakter, en op de ene ging het er wat losser aan toe dan op de andere, maar ze waren allemaal “heel mooi, schoon en comfortabel. We hebben geen enkel probleem gehad”, aldus Maja.
Aan tafel aten ze vis, vlees en natuurlijk rijst met bonen. Nieuw voor haar was caju, de vrucht van de cashewboom, die ze in een drankje proefde. Ze vond het heel interessant en authentiek, net als al het andere in de Lençóis Maranhenses. “Alles was heerlijk.”
In de Lençóis was veiligheid voor Maja nooit een punt. In hun vrije tijd wandelde het stel door Atins, ook als het al donker was, en ze maakte zich geen enkele zorgen. “We voelden ons altijd veilig”, benadrukt ze.
São Paulo en Rio zijn anders, geeft ze toe, maar dat verbaast haar niet. “Zo zijn alle grote steden. Je moet voorzichtig zijn en geen domme dingen doen. Daar maak ik me niet zo druk om. Ik ben al op zoveel plekken geweest.”
Uit eigen ervaring raadt Maja elke reiziger vooral gezond verstand aan.
De Lençóis in drie woorden en Maja’s volgende bestemming
We vroegen Maja om de reis in drie woorden te beschrijven: Heerlijk. Overweldigend, “maar dan in de goede zin van het woord, want al je zintuigen worden geprikkeld door dit prachtige landschap.” En puur geluk.
Haar advies voor iedereen die een reis naar de Lençóis Maranhenses of Brazilië overweegt, is simpel: “Doe het gewoon zo snel mogelijk. Twijfel niet.”
Of er nog een reis naar Brazilië komt, weet Maja eerlijk gezegd niet, maar het lijstje ligt al klaar. Slobodan genoot van zijn eerdere reizen naar Manaus en de Amazone, dus die plekken wil Maja ook graag zien, net als het zuiden van Brazilië.
De Lençóis heeft tenslotte al bewezen dat plannen je kunnen verrassen. “Tien jaar geleden had ik nooit gedacht dat ik terug zou komen”, zegt ze. “Dus wie weet? Ik zou er nooit nee tegen zeggen.”
De Lençóis Maranhenses bezoeken met PlanetaEXO
Je hebt het park nu door Maja’s ogen gezien: duinen die aanvoelen als verse sneeuw, lagunes zo warm dat je er niet meer uit wilt en dagen zonder enige haast. Dan weet je ook: het wachten loont.
PlanetaEXO is een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in tours door de Lençóis Maranhenses. Samen met ervaren lokale gidsen en touroperators regelen wij alle logistiek, zodat jij je helemaal op de duinen kunt richten. Neem nu contact met ons op!
Temperatuur, zuurgraad, stroomsnelheid, dichtheid en chemie: wat de wetenschap weet over de Encontro das Águas, de twee rivieren die hem vormen, zijn plek in de Braziliaanse cultuur en de reizen die je erheen brengen
Vlak ten oosten van Manaus komt de donkere, theekleurige Rio Negro de zandbruine Solimões tegen. Mengen doen ze niet: ze stromen naast elkaar door dezelfde bedding, gescheiden door een scherpe lijn die je vanaf een boot en vanuit een vliegtuig ziet, en volgens NASA zelfs vanuit de ruimte. Dit is de Encontro das Águas, Portugees voor ontmoeting der wateren.
Het lijkt een ansichtkaart, maar er zit veel meer achter. Hydrologen meten het verschijnsel al tientallen jaren, dichters schreven erover, en de stad Manaus en de deelstaat Amazonas voeren het allebei in hun wapen. Benieuwd waarom deze twee rivieren elk hun eigen weg blijven gaan, en waar je dat zelf kunt zien?
PlanetaEXO, een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in Amazonereizen in Brazilië, heeft deze gids samengesteld, zodat je alles over dit natuurverschijnsel te weten komt. Lees snel verder!
Wat is de Encontro das Águas?
Kort gezegd: de samenvloeiing van de Rio Negro en de Solimões, aan de oostrand van Manaus. Manaus zelf is de hoofdstad van de deelstaat Amazonas en de toegangspoort tot het Amazoneregenwoud. Waar de twee samenkomen, is de gezamenlijke bedding volgens een studie uit 2018 in het vakblad Comptes Rendus Geoscienceongeveer 5 tot 5,5 km breed.
Beroemd is vooral de scheidslijn: bijna zwart water aan de ene kant, water met de kleur van koffie verkeerd aan de andere. Het Earth Observatory van NASA fotografeerde die lijn vanuit een baan om de aarde en noemt hem zichtbaar “vanuit de ruimte en vanaf het wateroppervlak zelf”.
In Brazilië is de samenvloeiing zo verweven met de identiteit van de regio dat de publieke tv-zender van de deelstaat ernaar vernoemd is (TV Encontro das Águas), net als een concertreeks in het Teatro Amazonas. Ga je de Amazone verkennen? Dan is dit meestal je eerste stop buiten Manaus.
Vaak wordt een afstand van 6 km genoemd. Toch blijkt uit onderzoek in Comptes Rendus Geoscience dat de Negro en de Solimões nog 50 tot 100 km stroomafwaarts ongemengd naast elkaar stromen. Het mengen gaat geleidelijk, schrijft een studie uit 2009 in Hydrological Processes. Hoeveel kilometer daarvoor nodig is, verschilt per seizoen en hangt af van het watervolume van de rivieren.
Er is niet één verklaring. De Rio Negro en de Solimões verschillen op vijf meetbare punten tegelijk: temperatuur, zuurgraad, snelheid, dichtheid en chemie. Samen remmen die verschillen het mengen tientallen kilometers lang af.
Temperatuur
De Rio Negro is net iets warmer. Bij laagwater (oktober 2014) maten onderzoekers 30,3 °C in de Negro en 29,6 °C in de Solimões, bij hoogwater (april–mei 2015) 29 °C tegenover 28 °C.
Warm water is lichter, koud water zwaarder. Dat kleine temperatuurverschil beïnvloedt dus hoe het water stroomt, en rechtstreeks ook de dichtheid van beide rivieren.
Zuurgraad (pH)
De studie in Comptes Rendus Geoscience mat een pH van 5,0 tot 5,6 in de Negro en 6,7 tot 6,9 in de Solimões. Het HYBAM-programma kwam in 1997 uit op 5,5 tegenover 7,0. De pH-schaal is logaritmisch, dus water met een pH van 5,5 is ongeveer 30 keer zuurder dan water met pH 7,0. Kortom: de Rio Negro is duidelijk zuurder.
Die zuurgraad komt uit het bos zelf. In de overstroomde bossen en moerassen langs de Negro vergaan bladeren en ander plantenmateriaal, en daarbij komen humuszuren in het water terecht. Precies die stoffen geven het water zijn donkere kleur.
Volgens onderzoekers van het Braziliaanse Nationaal Instituut voor Amazoneonderzoek (INPA) hebben zwartwaterrivieren in de Amazone doorgaans een pH tussen 4 en 5, terwijl witwaterrivieren zoals de Solimões bijna neutraal zijn.
Leuk weetje: die zuurgraad houdt ook insecten weg van de oevers. Ga je op avontuur langs de Rio Negro in de Amazone, dan heb je dus minder last van muggen.
Stroomsnelheid
Bij de samenvloeiing stroomt de Negro gemiddeld 0,37 tot 0,38 m/s (ongeveer 1,4 km/u), de Solimões 1,42 tot 1,65 m/s (ongeveer 5 à 6 km/u), met lokale pieken tot 2,6 m/s. De Solimões is daarmee zo’n vier keer sneller.
Hij voert ook veel meer water af. Volgens een studie in Geosciences heeft de Solimões een gemiddeld debiet van zo’n 103.000 m³/s, tegen ongeveer 28.400 m³/s voor de Negro: iets meer dan een kwart daarvan.
Door dat snelheidsverschil, het verschil in dichtheid (daarover hieronder meer) en de schuifkracht langs de grens staat het scheidingsvlak tussen de twee stromingen niet loodrecht, maar ligt het schuin.
Dichtheid
De Solimões heeft om twee redenen een hogere dichtheid: hij is iets koeler en zit vol sediment dat hij meevoert uit de Andes, waar hij ontspringt.
Omdat zijn water zwaarder is, schuift het onder dat van de Negro. Het mengen begint daardoor vlak bij de rivierbodem, terwijl de lijn aan het oppervlak nog lang scherp blijft.
Chemische samenstelling
In de jaren vijftig deelde de Duitse limnoloog Harald Sioli de rivieren van de Amazone in drie typen in: witwater-, zwartwater- en helderwaterrivieren. De Encontro das Águas brengt de twee uitersten van dat systeem samen.
Solimões (witwater): ontspringt in de Andes en voert voedselrijk sediment mee; het water zelf is rijk aan carbonaten en calcium.
Rio Negro (zwartwater): voert het water af van het oeroude Guianaschild, waar witte zandbodems nauwelijks sediment of mineralen afgeven.
Opgeloste mineralen: de elektrische geleidbaarheid, een maat voor opgeloste zouten, ligt rond 8 µS/cm in de Negro tegenover 80 µS/cm in de Solimões (tien keer hoger).
Organisch materiaal: de Negro bevat meer dan twee keer zoveel opgeloste organische koolstof als de Solimões. Die humusstoffen geven het water de kleur van sterke thee.
Seizoenen en droogte
De lijn ligt niet vast. Uit studies blijkt dat de Solimões vanaf november stijgt, breder wordt en het zwarte water van de Negro naar de linkeroever duwt. In januari en februari zie je stroomafwaarts dan langs beide oevers wit water. Waar de mengzone ligt en hoe breed die is, hangt ook af van hoeveel water elke rivier afvoert.
Ook extreme droogte kan de lijn doen vervagen. Op 4 oktober 2024 zakte de Rio Negro bij Manaus naar 12,66 m: volgens de Geologische Dienst van Brazilië (SGB) het laagste peil sinds het begin van de metingen in 1902. Daarna daalde de rivier nog verder, tot 12,11 m, waardoor het contrast moeilijk te zien was.
De Rio Negro ontspringt in het regenwoud van Oost-Colombia, waar zijn bovenloop via het Casiquiare-kanaal verbonden is met het stroomgebied van de Orinoco. Hij is ongeveer 2.250 km lang, waarvan 1.370 km in Brazilië.
Het initiatief Aguas Amazónicas van de Wildlife Conservation Society noemt hem de enige grote zwartwaterrivier in het Amazonebekken. Hij neemt 13 tot 14% van de afvoer van de Amazone voor zijn rekening.
Zo’n 40 km stroomopwaarts van Manaus waaiert de Negro uit rond meer dan 400 eilanden in Nationaal Park Anavilhanas, een van de grootste rivierarchipels ter wereld.
Solimões is de naam die Brazilianen geven aan de bovenloop van de Amazone, van de grens met Peru tot aan de ontmoeting met de Negro. De rivier ontspringt in de Peruaanse Andes en stroomt in Brazilië zo’n 1.600 km door een overstromingsvlakte die tot 80 km breed is. Het stroomgebied beslaat meer dan 2,1 miljoen km².
Het sediment uit de Andes geeft de Solimões zijn romig bruine kleur. Dankzij datzelfde sediment behoren zijn overstromingsvlakten, de várzeas, tot de vruchtbaarste gronden van de Amazone.
Twee rivieren die niet mengen: zoiets prikkelt de verbeelding. De Zwitserse natuuronderzoeker Louis Agassiz en zijn vrouw Elizabeth noteerden op 5 september 1865 in hun reisdagboek dat de inheemse bewoners van de streek de Solimões de “levende” rivier noemden en de Negro de “dode”.
Sindsdien komen kunstenaars er steeds weer op terug. Denk aan het toneeldoek van het Teatro Amazonas (1894), geschilderd door Crispim do Amaral, of aan de bundel crônicas (korte prozastukken) van Fernando Sabino, “O Encontro das Águas” (1977). In 1993 volgde het lied “Encontro das Águas” van Jorge Vercillo en Jota Maranhão.
De Encontro das Águas zit zo diep in de geschiedenis en cultuur van de Amazone dat hij ook op de wapens van de deelstaat Amazonas (1897) en de stad Manaus (1906) staat.
Wil je de Negro en de Solimões met eigen ogen naast elkaar zien stromen? PlanetaEXO heeft verschillende Amazonereizen die langs de Encontro das Águas gaan. Hieronder zie je welke!
Op dag 1, meteen na vertrek: de cruise vaart langs de historische waterkant van Manaus en langs de twee rivieren, op weg naar het Ecologisch Park Janauari.
Klaar om de Encontro das Águas te zien? Plan je Amazonereis met PlanetaEXO!
Nu je weet waarom de Rio Negro en de Solimões naast elkaar blijven stromen in plaats van te mengen, ben je vast benieuwd hoe die scheidslijn er in het echt uitziet!
PlanetaEXO is een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in avontuurlijke reizen in Brazilië. We werken samen met de beste lokale touroperators in de Amazone, en ons deskundige team helpt je graag om zorgeloos een reis op maat te plannen. Neem nu contact met ons op!
Ligging, bereikbaarheid, beste reistijd, wat een ticket aan elke kant van de grens je oplevert en hoeveel dagen je er echt voor nodig hebt: alles op één plek
De Cataratas do Iguaçu zijn niet één waterval, maar een systeem van 275 afzonderlijke watervallen over bijna 2.700 meter van de rivier de Iguaçu, op de grens van Brazilië en Argentinië. Het water stort tot 80 meter diep naar beneden. UNESCO zette het Argentijnse park in 1984 op de Werelderfgoedlijst, het Braziliaanse volgde in 1986. De watervallen zijn groter dan die van de Niagara, en samen beschermen de twee parken het grootste overgebleven stuk binnenlands Atlantisch Woud ter wereld.
De grens verdeelt de watervallen verre van eerlijk. Zo'n 80% van de watervallen ligt aan de Argentijnse kant, ongeveer 20% aan de Braziliaanse kant, en juist daarom heb je vanuit Brazilië het overzicht. Vanaf de buitenrand van het platform zie je het hele stelsel van watervallen in één keer voor je opengaan.
Photo: Marina Zvada
PlanetaEXO, een ecotoerismebedrijf gespecialiseerd in reizen naar de Iguaçu-watervallen, heeft deze reisgids samengesteld, zodat je je reis van begin tot eind kunt plannen, met de Braziliaanse kant als uitvalsbasis en de Argentijnse kant als extra dag. Lees snel verder!
De watervallen van de Iguaçu liggen precies waar Brazilië en Argentinië elkaar raken, zo'n 25 kilometer stroomopwaarts van de plek waar de rivier uitmondt in de Paraná.
Aan Braziliaanse kant is Foz do Iguaçu de toegangspoort, helemaal in het westen van de staat Paraná. Aan Argentijnse kant is dat Puerto Iguazú, in de provincie Misiones. Tegenover allebei, aan de overkant van de Paraná, ligt Ciudad del Este in Paraguay. Vandaar de naam van dit gebied: het Drielandenpunt.
Volgens de volkstelling van 2022 telt Foz do Iguaçu in Brazilië 285.415 inwoners. Je vindt er dus alles wat je als toerist nodig hebt: hotels, restaurants, ziekenhuizen en een vliegveld.
Handig om te weten voordat je gaat boeken, want het scheelt verwarring. Het Braziliaanse park heet Parque Nacional do Iguaçu, het Argentijnse Parque Nacional Iguazú. In andere talen kom je bovendien verschillende spellingen tegen, zoals Iguaçu, Iguazú en Iguassu.
Hieronder zie je de Iguazu-watervallen op de kaart van het nationale park en de grensregio, met Foz do Iguaçu, Puerto Iguazú en Ciudad del Este allemaal in beeld:
Hoe kom je bij de Iguaçu-watervallen?
Met het vliegtuig
Elk land heeft zijn eigen vliegveld bij de watervallen. Aan Braziliaanse kant is dat Foz do Iguaçu/Cataratas International (IGU), zo'n 13 kilometer van het centrum. Handig: het ligt pal aan de weg naar het nationale park, waarvan de ingang ongeveer 10 minuten verderop ligt.
Er zijn dagelijkse vluchten vanuit Braziliaanse steden als São Paulo, Rio de Janeiro, Brasília, Curitiba, Porto Alegre en Recife. De enige directe internationale vlucht verbindt Foz do Iguaçu een paar keer per week met Santiago de Chile (SCL).
Argentinië heeft een eigen luchthaven, Cataratas del Iguazú International (IGR), met vluchten uit Buenos Aires. In het ene land aankomen en uit het andere vertrekken is dus prima te doen.
Met de auto en de bus
Met de auto is het eenvoudig. De BR-277, een geasfalteerde federale snelweg, verbindt Foz do Iguaçu met de rest van Paraná. Vanuit Curitiba rijd je zo'n 9 uur over 640 kilometer.
Op het vliegveld kun je een auto huren. In het nationale park parkeer je bij het bezoekerscentrum en stap je over op de eigen bussen van het park, die bij het ticket zijn inbegrepen. Met je eigen auto kom je niet bij de watervallen.
Ter plaatse rijden stadsbussen van de terminal in het centrum naar de parkingang, onderweg langs het vliegveld en het Parque das Aves. Makkelijker en comfortabeler is een transfer via je hotel, een taxi of een tour met gids, en daar kiezen de meeste reizigers dan ook voor.
Oversteken naar de Argentijnse kant
Het Argentijnse park bereik je via de Tancredo Neves-brug naar Puerto Iguazú, waarna je nog 17 kilometer naar de parkingang rijdt. Reken vanaf de hotels in Foz do Iguaçu op 45 minuten tot een uur, plus de tijd die je in de rij bij de grens staat.
Photo: NidoHuebl
Wat is de beste reistijd voor de Iguazu-watervallen?
Een slechte maand bestaat niet. De watervallen stromen het hele jaar door en beide parken zijn 365 dagen per jaar open. Foz do Iguaçu heeft een vochtig subtropisch klimaat met duidelijke seizoenen.
De zomer (december tot maart) is heet en nat, met maxima boven de 32 °C. In januari en februari valt de meeste regen, en juist dan is de waterstroom het krachtigst. De winter (juni tot augustus) is droog en helder, met temperaturen tussen ongeveer 10 °C en 23 °C.
De beste periode voor de Cataratas do Iguaçu is het tussenseizoen, grofweg maart tot mei of augustus tot oktober. Dan heb je warme dagen zonder de hitte van februari, staat er dankzij de zomerregens nog volop water en mis je de drukte van januari en juli.
In welk seizoen je ook gaat, probeer Braziliaanse en Argentijnse nationale feestdagen te vermijden. Dan trekken reizigers uit beide landen massaal naar het park.
Eén ding zie je in geen enkel maandgemiddelde terug: extreme waterstanden. Valt er stroomopwaarts veel regen en stijgt de Iguaçu ver boven zijn normale peil, dan sluiten de autoriteiten aan beide kanten voor de veiligheid tijdelijk de loopbruggen die het dichtst bij het water liggen. De meeste hoofdpaden en uitzichtpunten blijven open, maar check op de dag van je bezoek wel even de officiële updates. Bij de zwaarste overstromingen kan het Argentijnse park de loopbrug naar de Garganta del Diablo wekenlang sluiten en er zelfs delen van demonteren.
De twee nationale parken: toegang, tickets en regels
De Iguazu-watervallen in Argentinië en Brazilië liggen dwars over een landsgrens, dus elk park heeft zijn eigen beheerder en valt onder een andere overheid. Het gevolg: met een ticket voor de ene kant kom je aan de andere kant niet binnen.
Toch zien veel bezoekers dat over het hoofd: het is nog altijd een van de meest gemaakte fouten. Koop dus voor elk park een eigen ticket: beide parken hebben hun eigen openingstijden, prijzen en huisregels.
Iguaçu Nationaal Park (Brazilië)
Het Braziliaanse park beslaat 169.695 hectare van de staat Paraná. Het werd opgericht in 1939, uitgebreid in 1944 en 1981, en staat sinds 1986 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. ICMBio beheert het park; de voorzieningen voor bezoekers zijn via een concessie in handen van Urbia Cataratas.
Een kaartje kost in 2026 R$ 134 voor buitenlandse bezoekers en R$ 121 voor Brazilianen en burgers van Mercosur-landen. Voor inwoners van de 14 omliggende gemeenten is er een bewonerspas van R$ 26. De prijzen kunnen veranderen, dus check vóór je bezoek de actuele tarieven via de officiële kanalen.
Door de week kun je naar binnen van 9.00 tot 16.00 uur. In het weekend en op feestdagen gaan de poorten een halfuur eerder open, om 8.30 uur. Eenmaal binnen mag je tot 17.30 uur blijven, hoe laat je ook binnenkwam.
Tickets koop je bij voorkeur online op de officiële website van het Iguaçu Nationaal Park. In het hoogseizoen raden we je sterk aan om bij aankoop meteen een datum en tijdslot vast te leggen.
Photo: hansgertbroeder
Iguazú Nationaal Park (Argentinië)
Het Argentijnse park beslaat 67.000 hectare in Misiones. Het werd opgericht in 1934 en kreeg in 1984 de UNESCO-status. Het beheer is in handen van de Administración de Parques Nacionales, samen met concessiehouder Iguazú Argentina.
Het park is elke dag open van 8.00 tot 18.00 uur (laatste toegang om 16.30 uur). De toegangsprijzen staan in Argentijnse peso's en hangen af van je nationaliteit: buitenlandse toeristen betalen het volledige standaardtarief.
Met één Argentijnse regel kun je je planning slim afstemmen: een tweede dag direct erna kost 50% van het oorspronkelijke tarief. Voorwaarde is wel dat je je ticket op de eerste dag vóór vertrek laat valideren (binnen 72 uur).
Wat kun je doen bij de Cataratas do Iguaçu?
Naast de hoofdroute van een halve dag is er bij Iguazu aan de Braziliaanse kant nog veel meer te doen: spannende boottochten, junglepaden, toegang bij zonsopgang en 's avonds, een enorme waterkrachtcentrale en een monument waar drie landen samenkomen. Hieronder zetten we er een paar op een rij!
Photo: Fermin Rodriguez Penelas
De Trilha das Cataratas en het uitzichtpunt bij de Garganta do Diabo
De Trilha das Cataratas is een pad van 1,4 kilometer langs de rand van de kloof. Stukje bij beetje ontvouwt zich het panorama waar de Braziliaanse kant om bekendstaat: watervallen over de hele breedte van de kloof, bij elke bocht dichterbij en luider.
Het pad eindigt bij de loopbrug van de Garganta do Diabo, die over de rivier recht tegenover de grootste val loopt. Een panoramalift brengt je daarna naar Porto Canoas. De route is verhard, zonder treden en volledig toegankelijk, en de interne bussen rijden direct naar de lift.
Photo: Belmond Hotel das Cataratas
Macuco Safari
Wie de watervallen in Brazilië bezoekt, kiest vaak voor de Macuco Safari, een spannende boottocht die je tot recht onder het vallende water brengt.
De tocht bestaat uit drie delen: 2 kilometer door het bos in een elektrisch voertuig, een wandeling van 600 meter met een tweetalige gids en dan de boot zelf, zo'n 25 tot 30 minuten over de Iguaçu, tot pal onder de watervallen.
Trek er in totaal twee uur voor uit en reken erop dat je doorweekt raakt. De boten vertrekken elke 20 minuten zonder reservering, maar de toegang tot het park betaal je apart. Voor camera's en telefoons krijg je waterdichte zakken. Al het andere dat je aanhebt wordt nat, dus neem schone kleren mee.
Photo: Christian Edelmann
Wandelpaden
De meeste bezoekers komen nooit van de hoofdroute af, dus in de rest van het park is het rustig. Wil je de natuur echt in, neem dan het Poço Preto-pad: 9,6 km enkele reis dwars door het Atlantisch Woud naar de rivier de Iguaçu. Je kunt het lopen of fietsen, en het is je beste kans om meer wilde dieren te zien dan alleen de neusberen.
Ook de kortere routes zijn de moeite waard: Caminho das Bananeiras (1,3 km naar een uitkijkplatform aan de rivier), Circuito São João (1,9 km langs watervallen en een oude elektriciteitscentrale) en Trilha da Canafístula (2,2 km, met de meeste schaduw).
Photo: Daniel Miller
Zonsopgang, zonsondergang en volle maan
Zoek je in Foz do Iguaçu de beste waar voor je geld, dan gaat er niets boven een van de schaarse bezoeken buiten de openingstijden van het park.
Vroege vogels boeken de zonsopgangstour en lopen over de loopbrug voordat het park opengaat, ontbijt inbegrepen. Liever laat? Bij de zonsondergangstour krijg je aan het eind van de dag exclusief toegang, eventueel met een sessie sterrenkijken erbij.
De tour bij volle maan gaat zo'n vijf avonden per maand na het donker van start en geeft je de kans op een maanregenboog (een regenboog bij nacht in de nevel). Gasten van het Belmond Hotel das Cataratas, het enige hotel binnen het Iguaçu Nationaal Park, hebben voor en na de openingstijden exclusief toegang tot de loopbrug.
Aan de overkant van de weg bij de parkingang ligt het Parque das Aves, het grootste vogelpark van Latijns-Amerika. Geen toeristische stop langs de weg, maar een instelling die natuurbescherming serieus neemt. Het park opende in 1994 op 16 hectare bos en er leven meer dan 1.300 vogels van ruim 150 soorten, met de nadruk op bedreigde soorten uit het Atlantisch Woud en geredde dieren die niet terug kunnen naar het wild.
Het geheim zit in het ontwerp: in de doorloopvolières sta je midden tussen de toekans, ara's en kolibries die om je heen vliegen.
Reken op ongeveer twee uur voor het Parque das Aves. Het ligt maar vijf minuten van de hoofdingang van het park, dus je combineert het moeiteloos met een ochtend bij de watervallen. Daarmee is het de leukste activiteit in Foz do Iguaçu voor gezinnen met kinderen.
Photo: Luriko Yamaguchi
Photo: Victor Barbosa
Iguazu aan de Argentijnse kant
In het Argentijnse park loop je tussen de watervallen in plaats van ertegenover, en daar heb je een volle dag voor nodig. Dit krijg je voor je ticket:
Circuito Superior: 1.755 meter over de toppen van de watervallen, helemaal zonder treden, ongeveer een uur.
Circuito Inferior: 2.900 meter omlaag naar de rivier, zo'n 90 minuten, met toegang tot de steiger voor de Argentijnse boottochten.
Tren Ecológico de la Selva: inbegrepen bij het ticket. Eerste vertrek om 8.30 uur, daarna elke 30 minuten. De laatste trein richting station Garganta del Diablo gaat om 15.30 uur.
Loopbrug naar de Garganta del Diablo: bereikbaar met die trein, over de bovenloop van de Iguaçu tot aan de rand van de grootste Iguazu-waterval. Stijgt de rivier, dan is dit de eerste loopbrug die dichtgaat.
Sendero Verde en Sendero Macuco: twee bospaden in het Iguazú Nationaal Park, allebei zonder gids te lopen.
Bezoekerscentrum Yvyrá Retá en Yaguareté Territory: de tentoonstellingen van het park, waarvan de tweede over de bescherming van de jaguar gaat.
Photo: Ignacio Saenz Valiente
Meer dan watervallen: de Itaipu-dam en het Marco das Três Fronteiras
Behalve om de watervallen staat Foz do Iguaçu bekend om de monumentale Itaipu-dam. Met een geïnstalleerd vermogen van 14.000 MW uit 20 generatoren vestigde de centrale in 2016 een jaarlijks wereldrecord van 103,1 miljoen MWh. Sinds 1984 heeft ze in totaal meer dan 3 miljard MWh opgewekt.
Met de dubbeldekkerbus van de Itaipu Panorâmica rijd je naar de uitkijkplatforms (ongeveer 2,5 uur). Kies je voor de Itaipu Especial, dan ga je de centrale in en zie je de controlekamer en de turbines.
Een andere optie is het Marco das Três Fronteiras, precies op de samenvloeiing van de Iguaçu en de Paraná, waar Brazilië, Argentinië en Paraguay samenkomen. Vanaf één plek zie je drie landen, elk met een eigen obelisk. Het monument is open van dinsdag tot en met zondag, van 14.00 tot 21.00 uur, met culturele optredens vanaf 18.15 uur.
Photo: jimfeng
Paklijst: wat neem je mee?
Aan welke kant van de grens je ook staat, nat worden hoort erbij. Deze paklijst geldt voor de watervallen in Brazilië en Argentinië, en voor elk seizoen:
Regenjas of poncho (het park verkoopt ze, maar neem liever je eigen mee).
Sneldrogende kleding en een complete set schone kleren voor de dag van de Macuco Safari.
Comfortabele wandelschoenen met grip, plus sandalen of schoenen die nat mogen worden.
Waterdicht telefoonhoesje of drybag.
Zonnebrandcrème en een hoed (de loopbruggen zijn lang en bieden weinig schaduw).
Insectenspray.
Navulbare waterfles.
Lichte laagjes voor juni tot augustus, als de minimumtemperatuur tot 10 °C zakt.
Identiteitsbewijs of paspoort voor de Argentijnse kant (het fysieke document, geen foto op je telefoon).
Contant geld (reais voor Brazilië en peso's voor Argentinië).
Hoeveel dagen heb je nodig bij de Cataratas do Iguaçu?
Voor de meeste reizigers zijn drie dagen en twee nachten ideaal. Zo heb je een volle dag voor de Argentijnse kant, een halve dag voor de Braziliaanse kant en genoeg speling rond je vluchten, zodat onverwachte vertragingen je planning niet in de war sturen.
Twee dagen is krap, maar net te doen. De Braziliaanse loopbrug heb je in ongeveer twee uur gezien, dus die past makkelijk op één dag naast het Parque das Aves of de Macuco Safari. Wil je in twee dagen ook de Argentijnse kant doen, dan jaag je jezelf door de grensovergang, bijna 7 kilometer wandelen en een krappe terugreis. Je ziet de watervallen wel, maar het voelt vooral gehaast.
Met vier of vijf dagen haal je pas echt alles uit je reis. Dan heb je ook tijd voor het Poço Preto-pad, de Itaipu-dam, het Marco das Três Fronteiras bij zonsondergang, een tweede dag aan Argentijnse kant en, als de kalender meewerkt, de tour bij volle maan. Bovendien kun je een plan verschuiven als het weer of de rivier roet in het eten gooit, en bij Iguaçu is dat meer waard dan je zou denken.
De Cataratas do Iguaçu in Brazilië bezoeken met PlanetaEXO
Je weet nu hoe je er komt, wanneer je het beste gaat, wat elk ticket dekt en hoeveel dagen je nodig hebt. Nu hoef je alleen nog je reisroute te kiezen.
PlanetaEXO is een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in reizen naar de Iguaçu-watervallen. We werken samen met de beste lokale aanbieders in Foz do Iguaçu en regelen de transfers, de tickets aan beide kanten van de grens en de timing. Jij hoeft alleen maar te genieten. Neem nu contact met ons op!
De oprichter, de baanbrekende methode, de resultaten met jaguars en manenwolven en hoe je het werk van Onçafari in Brazilië zelf kunt zien en steunen
Onçafari is een Braziliaanse non-profitorganisatie die jaguars, manenwolven en hun gedeelde leefgebied beschermt. Alles begon in 2011 op een ranch in de Pantanal, waar je toen maar een paar keer per jaar een jaguar te zien kreeg. Nu beheert de organisatie 20 natuurbeschermingsbases in 4 Braziliaanse biomen.
Het model komt uit Afrika: betalen reizigers om wilde dieren te zien, dan krijgt de lokale bevolking een reden om die dieren te beschermen. Met dat idee haalde de oprichter, een voormalig autocoureur, zelfs Davos. Benieuwd hoe deze vorm van natuurbehoud in Brazilië werkt?
PlanetaEXO, een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in jaguarsafari’s in de Pantanal, zette 10 feiten over Onçafari voor je op een rij. Bekijk ze hieronder!
1. Dieren laten wennen: habituatie in Brazilië
De methode van Onçafari komt uit Zuid-Afrika, om precies te zijn uit Londolozi. Daar volgde een landeigenaar 3 jaar lang een luipaardvrouwtje, tot ze aan auto’s gewend was. Haar welpen namen die rust over, en zo groeide het reservaat uit tot een van de beste plekken om elke dag luipaarden te zien.
Die techniek heet habituatie. Onçafari startte er een proefproject mee in de Pantanal en werkte de methode verder uit met CENAP/ICMBio, het federale onderzoekscentrum voor roofdieren. Het doel is simpel: jaguars leren dat safariauto’s geen gevaar zijn, zodat ze in het volle zicht gewoon hun gang gaan.
Dat vraagt veel geduld. Volgens National Geographic Brasil hielden onderzoekers in het begin meer dan 200 meter afstand, en één bioloog deed er 9 maanden over om veilig tot op 12 meter te komen. Maar die investering verdient zich terug, want moeders geven de gewenning door aan hun jongen.
Habituatie is geen domesticatie. De dieren blijven volledig wild en vrij. Ze krijgen geen voer of beloning van mensen en reageren simpelweg niet meer op de auto’s. In augustus 2018 ging Onçafari dezelfde methode ook toepassen op manenwolven in Pousada Trijunção.
2. De oprichter was vroeger autocoureur
Lang voordat hij jaguars volgde, zat Mario Haberfeld achter het stuur van een raceauto. Hij werd in 1998 kampioen in de Britse Formule 3. Tot 2002 reed hij in de Formule 3000, waarna hij in 2003 overstapte naar Champ Car.
Uiteindelijk ruilde Haberfeld het circuit in voor de natuur. In augustus 2011 richtte hij Onçafari op in het Caiman Ecological Refuge: een ranch met lodge van 53.000 hectare bij Miranda, in de zuidelijke Pantanal. De naam is een samenvoeging van onça (Portugees voor jaguar) en safari.
De eerste mijlpalen lieten niet lang op zich wachten. Al in oktober 2011 kreeg jaguarvrouwtje Chuva de allereerste gps-halsband van het team. In mei 2013 vond het team zijn eerste hol, met de 3 welpen van vrouwtje Esperança. En in april 2018 registreerde Caiman zijn 100e jaguar.
3. De oprichter van Onçafari werd in Davos uitgeroepen tot sociaal innovator van het jaar
Op 20 januari 2026 werd Mario Haberfeld tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum in Davos (Zwitserland) uitgeroepen tot Social Innovator of the Year. De Schwab Foundation for Social Entrepreneurship eerde hem als 1 van 21 leiders uit de hele wereld.
In zijn toespraak wees Haberfeld erop dat 5 van de 10 wereldwijde risico’s in het nieuwste rapport van het forum met het milieu te maken hebben. Een paar maanden eerder had hij in Brazilië al de Prêmio Empreendedor Social 2025 gewonnen, een prijs van Folha de S. Paulo en de Schwab Foundation.
Ook daarvoor kreeg hij al erkenning. In juni 2025 kreeg Haberfeld in Londen de Unsung Hero-award van de Latin American Travel Association (LATA).
4. Onçafari is actief in 4 van de 6 biomen van Brazilië
Na de Pantanal kwamen het Atlantisch Woud (2016), het Amazonegebied (2017) en de Cerrado (2018) erbij. In de Cerrado werkt het project vanuit Pousada Trijunção, precies op het punt waar de staten Bahia, Goiás en Minas Gerais elkaar raken.
De missie? De Braziliaanse biodiversiteit behouden door natuurgebieden te beschermen en lokale gemeenschappen te steunen. Concreet gaat het om grote ecologische corridors die versnipperde leefgebieden weer met elkaar verbinden en vanuit 20 natuurbeschermingsbases worden beheerd. Zo vertelde Haberfeld het in 2026 in zijn toespraak in Davos.
Het werk stopt ook niet bij de grens. Via het initiatief Jaguar Rivers werkt Onçafari samen met organisaties in Argentinië, Paraguay en Bolivia. Daarnaast wil het project uitbreiden naar nog 2 Braziliaanse biomen: de Pampa en de Caatinga.
5. Ecotoerisme betaalt het natuurbehoud
Een jaguar die reizigers kunnen zien, is levend veel meer waard dan het vee dat hij zou kunnen grijpen. Daarom is ecotoerisme de ruggengraat van Onçafari: zo hebben veehouders er zelf belang bij om het dier te beschermen.
Volgens Onçafari zag 100% van de gasten van Caiman in een periode van 2 jaar minstens één jaguar, en sinds 2011 is de bezettingsgraad van de lodge met 580% gestegen. Ook de regio plukt de vruchten: een studie uit 2017 schatte dat jaguartoerisme in de noordelijke PantanalUS$ 6,8 miljoen per jaar oplevert, tegenover zo’n US$ 121.500 aan verloren vee.
Met dat geld ontstaan banen en nieuwe carrières. Sommige ranchmedewerkers zagen jaguars vroeger als plaag en werken nu als gids. Een mooi voorbeeld van hoe ecotoerisme in Brazilië van een bedreigd roofdier een troef voor de streek maakt.
6. Ga op safari met Onçafari in Caiman en Pousada Trijunção
Het team van Onçafari organiseert zelf safari’s vanuit maar 2 lodges: het Caiman Ecological Refuge in de Pantanal en Pousada Trijunção in de Cerrado. PlanetaEXO biedt reizen naar allebei aan, met volpension en begeleide wildlife-excursies in dezelfde gebieden waar de onderzoekers van het project werken.
De luxe safari in de Pantanal bij het Caiman Ecological Refuge duurt 4 dagen en 3 nachten. Vanuit Campo Grande brengt een privétransfer je naar de lodge, 236 km verderop. Gamedrives staan vroeg in de ochtend en laat in de middag op het programma, en een safari met het Onçafari-team kun je als extra bijboeken. De beste reistijd? Mei tot oktober, in het droge seizoen.
Tijdens Pousada Trijunção: Cerrado-tour in Brazilië, een reis van 5 dagen en 4 nachten, zit Onçafari standaard in het programma. Op dag 3 trek je nog voor zonsopkomst met het team eropuit om manenwolven te zoeken. Daarna bezoek je het Nationaal Park Grande Sertão Veredas (230.000 hectare). Zoals bij elk wild dier is een waarneming nooit gegarandeerd, maar je maakt een zeer goede kans.
7. Naast ecotoerisme is Onçafari op 7 andere fronten actief
Ecotoerisme is maar 1 van de 8 fronten van Onçafari. De overige pakken elk een ander knelpunt in het natuurbehoud aan:
Wetenschap: onderzoekers werken met cameravallen en gps/vhf-halsbanden die vanzelf loslaten. Tot nu toe brachten ze 50 halsbanden aan en namen ze monsters bij 32 jaguars.
Educatie: lezingen voor gemeenschappen, bedrijven en scholen, plus ondersteuning in het veld voor de BBC-documentaire Jaguars: Brazil’s Super Cats, met David Attenborough als verteller.
Herintroductie: 3 revalidatiecentra met 7 verblijven in het Amazonegebied en de Pantanal.
Sociaal: ambachtelijke workshops, agro-ecologische moestuinen en samenwerking met zo’n 100 leden van het Boe Bororo-volk in het inheemse gebied Perigara.
Bossen: 4 beschermde gebieden van samen meer dan 66.000 hectare, ingericht op grond die donateurs schonken.
Brandpreventie: uitrusting en training voor brandweerploegen, plus het tweede geïntegreerde brandbeheerplan van Brazilië op privéterrein.
Belangenbehartiging: inzet voor strengere milieuwetten, onder meer voor een reservaat dat 200 km van de rivier São Benedito beschermt, en de campagne Sou Amigo da Fauna tegen illegale dierenhandel.
8. Jaguars en manenwolven staan centraal bij Onçafari
Jaguar
De jaguar (Panthera onca) is de grootste katachtige van het Amerikaanse continent en wereldwijd de derde in grootte, na de tijger en de leeuw. Volgens Onçafari leeft ongeveer 50% van de overgebleven jaguars in Brazilië. In de Pantanal leven ze zelfs dichter op elkaar dan waar ook ter wereld.
Is de jaguar bedreigd? Dat hangt ervan af op welk niveau je kijkt. Op de Rode Lijst van de IUCN staat de soort als gevoelig, in Brazilië geldt ze als kwetsbaar. In de Pampa is de jaguar al sinds 1952 uitgestorven, en in de Caatinga en het Atlantisch Woud leven er nog minder dan 300.
Sinds 2011 heeft Onçafari meer dan 300 jaguars geïdentificeerd en meer dan 3.400 waarnemingen vastgelegd. Alleen al in Caiman liep de teller op van de 50e geregistreerde jaguar in 2016 tot de 150e in 2020.
De manenwolf (Chrysocyon brachyurus) is de grootste wilde hondachtige van Zuid-Amerika, met een schofthoogte van zo’n 90 cm en een gewicht tot 36 kg. Hij eet veel lobeira (wolfsappel) en verspreidt zo de zaden ervan door de hele Cerrado. Er zijn nog ongeveer 17.000 volwassen dieren over, en meer dan 90% daarvan leeft in Brazilië.
In Trijunção kreeg de eerste manenwolf in december 2018 een halsband van Onçafari, en in 2019 vond het team het eerste hol. Samen met het Braziliaanse ministerie van Milieu zet het project zich ook in om te voorkomen dat wolven in irrigatiekanalen verdrinken.
Andere soorten
Daarnaast houdt Onçafari 32 andere zoogdiersoorten in de gaten, zoals de poema, de ocelot, de tapir, de reuzenotter, de reuzenmiereneter en het moerashert.
In 2018 legde het team Una vast, de eerste zwarte jaguar die bij Trijunção is geïdentificeerd. In 2026 legde het samen met Embrapa Pantanal ook melanistische moerasherten vast.
9. Onçafari boekte een wereldprimeur met de herintroductie van de jaguar
Het bekendste resultaat van Onçafari begon met 2 verweesde welpen. De zussen Isa en Fera werden in 2014 gered en in 2016 in de Pantanal vrijgelaten. Zo werden ze de eerste jaguars ter wereld die met succes in het wild zijn geherintroduceerd. In 2018 kreeg Isa een dochter, Aurora: het eerste jong van een geherintroduceerde jaguar.
Daarna groeide het programma voor de herintroductie van de jaguar verder. In 2019 kregen de zussen Pandora en Vivara hun vrijheid terug in het Amazonegebied. Jatobazinho, een mannetje dat in het centrum van Onçafari was behandeld, werd naar Argentinië overgebracht. Daar werd hij de vader van de eerste jaguarwelpen die in 70 jaar in het wild in Nationaal Park Iberá zijn geboren.
Nog een succes: in 2018 werd Shiva geboren, de achterkleindochter van Esperança, een van de eerste jaguars die het team volgde. Het levende bewijs dat habituatie generaties lang blijft werken.
10. Adopteer een jaguar of een manenwolf
Wil je Onçafari zo direct mogelijk steunen? Dan kun je een dier adopteren. Adopteer een jaguar of een manenwolf en je volgt 1 jaar lang zijn leven in het wild. Tegelijk betaal je mee aan het onderzoek naar dat dier en aan de bescherming ervan.
Een andere optie is Amigo da Onça, een maandelijkse bijdrage vanaf R$ 20. Daarnaast gaat elke aankoop in de officiële webshop rechtstreeks naar het project. Verder kun je doneren via Pix, een gift in je testament opnemen of je vrienden om een donatie vragen in plaats van een cadeau.
Woon je buiten Brazilië? Dan kun je terecht bij Onçafari International. Die organisatie neemt eenmalige en periodieke donaties aan en heeft een eigen Adopt a Jaguar-programma.
Ook met een reis draag je bij: elke gast in Caiman of Pousada Trijunção houdt dit model in stand.
Nu je weet hoe Onçafari van jaguars en manenwolven een reden maakte om de natuur te beschermen, is het tijd om ze zelf in het wild te zien!
PlanetaEXO is een ecotoerismeplatform gespecialiseerd in wildlifereizen in Brazilië. We werken met de beste lokale partners, en ons team helpt je graag aan een reis op maat, zonder gedoe bij de planning. Neem nu contact met ons op!
Een Brits gezin, vier dagen op een veeranch in vol bedrijf aan de rivier de Aquidauana, verteld door Sally zelf
Sally Heal (48) komt uit een dorpje midden in Engeland. Ze is lerares, al leidt ze tegenwoordig vooral andere leraren op. Haar dochter woonde al een jaar in Chili en was met vrienden ook al eens in Brazilië geweest.
In de Chileense winter wilde het gezin de warmte opzoeken. Sally, haar man en hun twee volwassen kinderen (20 en 22 jaar) kozen voor Brazilië. Costa Rica stond ook op het lijstje, maar viel af: duurder, lastige vliegroutes en regenachtig weer. Het werd hun eerste reis naar Brazilië en hun tweede bezoek aan Zuid-Amerika.
Ze begonnen in Rio de Janeiro, waar het hele gezin weg van was, en op Ilha Grande. Daarna vlogen ze westwaarts naar Campo Grande. Het doel? Dieren en planten zien, en proeven hoe Brazilië echt is buiten de grote steden. Ze waren bijna naar het Amazonegebied gegaan, maar kozen uiteindelijk voor de Pantanal: het moerasgebied van 210.000 km² in Mato Grosso en Mato Grosso do Sul. Daar wilde haar man al vanaf het begin naartoe.
Eind augustus 2026 verbleef het gezin vier dagen in Pousada Aguapé, een lodge aan de oever van de rivier de Aquidauana. Ze maakten een Pantanal-tour vanuit Campo Grande, georganiseerd door PlanetaEXO en begeleid door een lokale gids. Dit is haar verhaal. Lees hieronder verder!
Een veeranch in bedrijf, geen vijfsterrenhotel
Sally rekende op een heel eenvoudige lodge. Dat klopte maar half. “Het was eenvoudig, maar veel groter dan ik dacht en veel comfortabeler”, vertelt ze. De douche viel mee. Buiten de kamer had het gezin bovendien ruimte om spullen te laten drogen en in de schaduw te zitten.
Pousada Aguapé ligt op een traditionele veeranch die al ruim 150 jaar in handen is van dezelfde familie. Er zijn 15 kamers, een zwembad en een plek met hangmatten. Juist die eenvoud zocht Sally. “Als ik naar de Pantanal ga, wil ik niet slapen op een plek die aanvoelt als een vijfsterrenhotel. Dan kan ik net zo goed ergens anders naar een vijfsterrenhotel gaan.”
Ze wilde de Pantanal in zijn puurste vorm. “Gordeldieren die door het restaurant lopen, vogels die op het terras landen terwijl je zit te eten, toekans die over je hoofd vliegen en ara’s die naast je nestelen terwijl je in het zwembad ligt… Het was gewoon geweldig.”
Op de ranch wordt nog altijd gewoon gewerkt. Sally keek graag naar de pantaneiros (de lokale cowboys), “elk met een eigen zadel en een mes achter in de broek gestoken”, die volkomen ontspannen met de paarden omgingen. Een heel andere manier van leven, zeker. Maar het voelde eerlijk, bijna poëtisch.
Sally’s eerste herinnering aan Bruno, de gids van het gezin, heeft niets met dieren te maken. Ze kwamen net op tijd voor de lunch aan in de lodge, en hij ging aan een ander tafeltje zitten. “Hij ging er niet van uit dat we bij hem wilden zitten, tot we hem zelf uitnodigden om mee te eten en te kletsen. Hij had er echt respect voor dat het onze vakantie was. Dat vond ik heel fijn.”
Daarna kwamen de dieren, en zijn scherpe blik. Het eerste dier dat ze zagen, was een grote nandoe, de forse loopvogel die Brazilianen ema noemen. Bruno herkende de vogel meteen en wist zelfs dat het een vrouwtje was. Bij elke vogel daarna noemde hij de soort, en vaak ook de leeftijd.
Op de rivier was hij onafgebroken alert en spotte hij het ene dier na het andere. Sally was zo onder de indruk dat ze hem vroeg hoe hij dat allemaal zag. Zijn antwoord: hij wist waar hij naar zocht, namelijk een heel klein beetje beweging. Ze plakt er zelfs een getal op. “We hadden 80% van alles wat we zagen gemist als Bruno het niet had aangewezen.”
Bruno en de schipper waren goed op elkaar ingespeeld en draaiden de boot steeds zo dat iedereen het beste zicht en de beste foto had. Bij een groep brulapen probeerde Rafael, die bij de lodge werkt, hun roep na te doen, tot grote hilariteit van Sally’s zoon. Bruno speelde het spelletje mee. “Het is een ziekte, hoor. We moeten hem maar gewoon zijn gang laten gaan met die geluiden”, grapte hij.
De eerste boottocht was meteen spannend: vlak voor de boot lag een kaaiman. Eén gezinslid (we hebben beloofd niet te zeggen wie) was doodsbang. De gidsen maakten er een vaste grap van, en meteen ook een lesje, want kaaimannen willen niets met mensen te maken hebben. “Je hoeft alleen maar ‘ksst, ksst’ te roepen en op ze af te lopen, dan gaan ze ervandoor”, legt Sally uit.
Daarna volgden de waarnemingen elkaar snel op. Rond het zwembad vlogen toekans. Gordeldieren, miereneters, nandoes en capibara’s doken op in aantallen die Sally nooit eerder had gezien.
Eén vondst is haar bijgebleven: een leeg nandoe-ei, met de hagedis die het had opgegeten er nog naast. “Hij lag daar gewoon, vol en voldaan, met een leeg ei naast zich”, vertelt ze. “Niet echt fraai, maar wel best gaaf.”
Photo: Birger Strahl
Het enige dier dat zich nooit liet zien, was de jaguar. De troost kwam later, van een Hongaars gezin waarmee ze tijdens de boottochten bevriend waren geraakt. Dat gezin reisde door naar de Noord-Pantanal en stuurde Sally “de allermooiste foto’s en video’s van jaguars, want ze hebben er heel veel gezien”.
Goed om te weten: in de Noord-Pantanal heb je de meeste kans op een jaguar, terwijl de Zuid-Pantanal uitblinkt in de dieren die rond de ranches leven, zoals Sally ze zag. In beide regio’s geldt: in de droge tijd, van juli tot oktober, verzamelen de dieren zich rond het water dat nog over is.
Sally had nog nooit op een paard gezeten. “Best intimiderend. En ze gaven me het grootste paard, terwijl ik maar 1,57 m ben.” Later hoorde ze waarom: het was het oudste en rustigste paard van de ranch.
Van alle activiteiten vond het gezin deze rit het leukst. “Ik denk dat dat onze beste dag was”, zegt Sally. De gids die voorop reed, was “geweldig, gewoon heel grappig”. Steeds spoorde hij de paarden van haar zoon en dochter net iets sneller aan, “gewoon om ze uit hun comfortzone te halen en er samen even om te lachen”. En daarna ging het dwars door het water.
Photo: Pousada Aguapé
Wat Sally het meest waardeert, is hoe ze het landschap vanaf het paard beleefde. “Je komt dicht bij de dieren en de natuur, en je hebt het gevoel dat je er middenin zit, in plaats van in een auto. In een auto sta je altijd een beetje los van wat je beleeft. Op een paard voelt dat heel anders.”
En dan was er nog het gevoel iets te hebben bereikt. “Achteraf heb ik het gevoel dat ik iets heb gedaan wat ik in het VK nooit had gedaan”, blikt ze terug.
Caipirinha’s, toetjes en zes fruittatoeages
Het eten in de lodge? Volgens Sally “uitzonderlijk”. Met twee hongerige volwassen kinderen en “een man die echt dol is op vlees” telde de hoeveelheid net zo zwaar als de kwaliteit. Op allebei scoorde de lodge goed. De verrassing zat in het dessert: taarten en toetjes zoals je ze in het VK niet vindt.
De taalbarrière stond een goede lach nooit in de weg. “Zij waren nieuwsgierig naar ons en wij naar hen”, vertelt ze. “Je zou het grappen over en weer kunnen noemen, maar dan eerder met gebaren dan met woorden.”
Op een avond mocht Sally het overnemen van Rosana, die achter de bar werkt, en voor iedereen caipirinha’s maken. “We dansten en zongen, en het was echt heel grappig.” Er zat ook een plan achter. “Ik wilde leren hoe je ze maakt, zodat ik ze thuis zelf kon maken.”
Het gekste souvenir kwam van Rafael, een andere gids van de lodge. Het gezin zag een tijdelijke tatoeage op zijn arm en vroeg ernaar, waarop hij aanbood om bij hen ook zo’n tatoeage te zetten. Hij gebruikte daarvoor een mengsel van houtskool en vruchtensap dat er bij het wassen in een paar weken langzaam afgaat. Sally liet er zes zetten. Toen wij haar spraken, was er nog maar één over, op de hand die ze nauwelijks had gewassen. Waarom? Dat lees je in het volgende deel van het verhaal.
Een gebroken vinger en een team dat niet in paniek raakte
Het ongeluk gebeurde op het minst avontuurlijke moment van de reis. Na paardrijden, wandelen en boottochten speelde Sally met haar zoon volleybal in het zwembad. Toen raakte de bal haar “gewoon ongelukkig”. Haar vinger was helemaal gebroken.
“Niemand had dit kunnen zien aankomen. Het was niemands schuld”, benadrukt ze. “Denk aan alles wat we hebben gedaan, zoals paardrijden en wandelen: daarbij had van alles kunnen gebeuren. Maar nee. We waren gewoon lekker aan het ontspannen.”
En dat terwijl ze ver van de bewoonde wereld waren. “We zaten behoorlijk afgelegen in de Pantanal, eigenlijk midden in het niets, en het had een complete ramp kunnen worden.” Het dichtstbijzijnde ziekenhuis lag ongeveer een uur rijden verderop, over een onverharde weg. De manager van de lodge reed Sally ernaartoe, zorgde voor haar en vertaalde alles. Ook Bruno was in het ziekenhuis een grote hulp. “Iedereen bleef ook heel rustig. Niemand raakte in paniek, en dat was echt fijn om te zien.”
Haar kinderen bleven in de lodge en deden gewoon mee aan de activiteiten. “Toen ik terugkwam, hadden ze het zo leuk gehad”, vertelt ze. “[Het team] maakte van wat een nachtmerrie had kunnen worden een heel leuke dag voor mijn kinderen, en zorgde ontzettend goed voor me. Ik was ze zo dankbaar.”
Toch werd de reis door de blessure ingekort. Het plan was een paar dagen São Paulo en daarna de Iguazú-watervallen. Sally vloog in plaats daarvan met haar zoon eerder naar huis, terwijl haar man en dochter terug naar Chili gingen om te skiën.
Was Brazilië veilig? Sally’s eerlijke antwoord
Voor vertrek waarschuwden meerdere mensen het gezin dat Rio de Janeiro en São Paulo gevaarlijk konden zijn. Sally ervoer het anders. “Ik heb me nooit in gevaar gevoeld. Ik heb me nooit ongemakkelijk gevoeld. Dat was een verrassing, maar wel een prettige.”
Ze heeft er een theorie over, en die zegt net zoveel over de reiziger als over het land. “Als ik reis, verwacht ik altijd dat mensen hartelijk, gastvrij en vriendelijk zijn. En ik denk echt dat dat deels komt door hoe je je gedraagt als gast in iemands land. Hoe je je gedraagt, bepaalt vaak hoe je wordt ontvangen.”
In de Pantanal ging die hartelijkheid samen met veel humor. “Ook al spreek je de taal niet, het personeel van de lodge was zo lief en zo grappig”, zegt ze vol lof. Over de service voor haar gezin was ze dik tevreden.
Sally’s tips voor een eerste reis naar de Pantanal
Haar eerste tip was kort en krachtig: “Reis met PlanetaEXO.” Haar redenen zijn praktisch, net als de rest van haar advies.
Boek via iemand die de lodges kan bereiken
Vanachter een computer in het VK de Pantanal boeken bleek lastiger dan het gezin had gedacht. “Je weet niet goed waar je naar zoekt, je spreekt de taal niet en je weet niet echt hoe je contact opneemt met de lodges. Ik denk dat veel lodges alleen via reisorganisaties werken.” Haar dochter vond PlanetaEXO online. Door een annulering kwam er een vierpersoonskamer vrij, en het gezin boekte pas drie tot vier weken voor aankomst.
Daarna deed de communicatie de rest. “Ik wist precies wat ik ging doen en wat ik kon verwachten. Ik wist zelfs welke kleren ik moest meenemen.” Ergens anders had ze een bagageregel gelezen (alleen zachte tassen, maximaal 15 kg). Toen ze die verkeerd begreep en in paniek raakte, zette één bericht van het PlanetaEXO-team haar meteen weer op het goede spoor.
Reis met een gids die jouw taal spreekt
“Hij liet de Pantanal tot leven komen”, zegt Sally over Bruno. “Zonder Bruno hadden we er lang niet zoveel uit gehaald, denk ik. En zijn Engels was uitstekend, dat hielp echt.”
Bij deze tour is een Engelssprekende privégids inbegrepen, naast de Portugeessprekende lokale gids van de lodge.
Stap op een paard
Ook als je nog nooit paard hebt gereden. Sally en haar man waren allebei beginner, en toch werd dit hun beste dag.
De gidsen van de ranch laten beginners rustig wennen aan het rijden en houden een prettig tempo aan. Omdat de paarden kalm stappen, kom je opvallend dicht bij de dieren.
Neem de tijd
Haar laatste tip geeft ze aan iedereen die er voor het eerst naartoe gaat. “Neem je tijd en doe het rustig aan. Laat de natuur gewoon over je heen komen, in plaats van overal naar te zoeken”, raadt ze aan.
We vroegen Sally om de Pantanal in drie woorden te beschrijven. Met een knipoog stelde ze eerst één voorwaarde: “Zonder mijn gebroken vinger te noemen.”
Spannend, “omdat het spannend voelde toen we er waren.” Comfortabel, “en dan bedoel ik niet alleen dat de bedden lekker lagen. Ik bedoel dat je je meteen thuis voelt.” En grappig. “We hebben veel gelachen, met de mensen en met mijn gezin. Het was echt leuk.”
Nog op het lijstje: jaguars, Fernando de Noronha en de watervallen die ze miste
Brazilië gaf het gezin een verlanglijstje mee. Haar man wil de jaguars van de Noord-Pantanal zien. Sally wil naar Fernando de Noronha, de Lençóis Maranhenses en de Iguazú-watervallen, want door haar blessure moest ze haar reis inkorten.
Ook Rio en Ilha Grande krijgen een herkansing. Het gezin was er al, maar het weer zat niet mee. “Ik zou het graag eens in de zon zien”, zegt ze.
Dankzij het verhaal van Sally en haar gezin weet je hoe bezoekers langs de rivier de Aquidauana worden ontvangen, en wat de Zuid-Pantanal voor je in petto heeft. Nu nog met eigen ogen zien!
Photo: Rico
PlanetaEXO is een ecotoerismeplatform dat gespecialiseerd is in tours in de Zuid-Pantanal. Samen met ervaren lokale gidsen en touroperators regelen we de logistiek (de transfer vanuit Campo Grande, de lodge, de maaltijden en het activiteitenprogramma), zodat jouw gezin zich helemaal op de beleving kan richten. Neem nu contact op!
Van een 12 miljoen jaar oude vulkaan tot een recordseizoen voor schildpadden: deze 10 weetjes over Fernando de Noronha laten zien waarom de archipel een bezoek waard is
Fernando de Noronha is een vulkanische archipel van 21 eilanden in de equatoriale Atlantische Oceaan, op zo’n 345 km van de noordoostkust van Brazilië. De eilanden horen bij de deelstaat Pernambuco en alleen het hoofdeiland is bewoond. Ongeveer 70% van het land- en zeegebied valt binnen een marien nationaal park, dat sinds 2001 officieel op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat.
Met een paar weetjes over Fernando de Noronha op zak krijg je een beter gevoel bij de plek: de geschiedenis, de rijke dierenwereld en de initiatieven voor natuurbehoud. Benieuwd wat dit eiland allemaal verbergt?
Bij PlanetaEXO, een ecotoerismeplatform dat gespecialiseerd is in tours in Fernando de Noronha, zetten we 10 feiten op een rij die je moet kennen voordat je je reis boekt. Bekijk ze hieronder!
.
1. Een vulkanische archipel van 21 eilanden, tot 12 miljoen jaar oud
De archipel Fernando de Noronha meet in totaal 26 km², verdeeld over 21 eilanden, eilandjes en rotsen. Het hoofdeiland beslaat daarvan ongeveer 17 km² en is het enige eiland waar mensen wonen. De rest bestaat uit onbewoonde eilandjes waar zeevogels in kolonies leven.
Wat je boven water ziet, is het topje van een uitgedoofd vulkanisch systeem. Geologen onderscheiden twee grote fasen van vulkanisme. Het oudste gedateerde gesteente van de Remédios-formatie is zo’n 12,3 miljoen jaar oud, terwijl de jongere Quixaba-formatie actief was van ongeveer 3,3 tot 1,7 miljoen jaar geleden.
Aan die lavastromen en vulkanische pluggen danken de eilanden hun donkere kliffen en rotspieken, zoals de Morro do Pico.
2. Dichter bij Afrika dan bij São Paulo
Waar ligt Fernando de Noronha precies? Het dichtstbijzijnde punt op het vasteland is Cabo de São Roque in Rio Grande do Norte, op 345 km. Natal ligt op 361 km afstand, Recife op 545 km.
Tot Afrika is het ongeveer 2.600 km. Daarmee ligt de archipel dichter bij Afrika dan bij São Paulo (2.772 km) of bij Curitiba en Porto Alegre in het zuiden van Brazilië. De eilanden liggen ook op de route van de Zuidequatoriale stroom, die westwaarts over de Atlantische Oceaan trekt en ze omspoelt met warm water van zo’n 26–27 °C.
Photo: Google Maps
Eén populaire bewering klopt echter niet: Fernando de Noronha is niet het meest oostelijke punt van Brazilië. Op het vasteland gaat die titel naar Ponta do Seixas in Paraíba. Tel je de eilanden mee, dan is de groep Martim Vaz het meest oostelijke Braziliaanse grondgebied. Die hoort bij de archipel Trindade en Martim Vaz, verder naar het oosten in de Atlantische Oceaan, voor de kust van Espírito Santo.
3. De BR-363 is de enige federale weg op een oceanisch eiland
Het eiland Fernando de Noronha heeft een eigen federale weg. Volgens DNIT, de Braziliaanse federale dienst voor transportinfrastructuur, loopt de BR-363 over 6,8 km van de haven van Santo Antônio naar Baía do Sueste.
DNIT omschrijft de weg als de kleinste weg van Noordoost-Brazilië en de enige op een oceanisch eiland. Vaak lees je dat het de kortste federale weg van het hele land is, maar dat is omstreden.
4. Van eerste kapiteinschap tot gevangeniseiland van Brazilië
De geschreven geschiedenis van Fernando de Noronha begint in 1503, toen een Portugese expeditie de eilanden in zicht kreeg. In 1504 schonk koning Manuel I ze als kapiteinschap São João aan de koopman Fernão de Loronha: het eerste erfelijke kapiteinschap (capitania) van Brazilië. Loronha heeft er zelf nooit gewoond, maar de archipel draagt nog altijd zijn naam.
Pas in 1737 kreeg Portugal de eilanden stevig in handen. Het bouwde een stelsel van 10 forten om ze te verdedigen en maakte van het eiland een strafkolonie. Zo’n twee eeuwen lang bleef het eiland een gevangenis: tot 1938 voor gewone gevangenen, daarna voor politieke gedetineerden.
.
In 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog, maakte Brazilië van Fernando de Noronha een federaal territorium. De gevangenen werden overgebracht naar Ilha Grande, en bij Baía do Sueste kwam een basis van de Amerikaanse marine.
Daarna bleef de archipel tientallen jaren onder militair bestuur: eerst van de landmacht, vervolgens van de luchtmacht en de Generale Staf van de Strijdkrachten. Dat duurde tot 1988, toen de nieuwe Braziliaanse grondwet de archipel teruggaf aan Pernambuco. In datzelfde jaar werd het grootste deel ervan een nationaal park.
5. UNESCO-werelderfgoed met controle op het aantal bezoekers
In 2001 zette UNESCO de Braziliaanse Atlantische Eilanden: de reservaten Fernando de Noronha en Atol das Rocas op de Werelderfgoedlijst. Daarmee erkende de organisatie hun natuurlijke schoonheid, de ecologische processen van oceanische eilanden en hun belang voor bedreigde soorten.
@visitbrasil
De kern van die bescherming is het Nationaal Park Fernando de Noronha, officieel een Marien Nationaal Park. Het werd in 1988 opgericht en wordt beheerd door ICMBio, de Braziliaanse federale dienst voor beschermde gebieden. Op land en op zee beslaat het park ongeveer 70% van de archipel. Het bewoonde deel ligt in een apart beschermd gebied met soepelere milieuregels.
In het park ligt ook Baía do Sancho, dat bij de Travelers’ Choice Awards van Tripadvisor zes keer werd uitgeroepen tot beste strand ter wereld (2014, 2015, 2017, 2019, 2020 en 2023).
.
Om dat natuurschoon te beschermen, beperkt een overeenkomst tussen ICMBio en Pernambuco het aantal bezoeken tot 132.000 per jaar en 11.000 per maand. Diezelfde overeenkomst legt twee tarieven vast, die periodiek worden aangepast:
Heffing voor milieubehoud (TPA): R$ 105,79 voor één dag en R$ 901,36 voor 10 dagen.
Toegangsbewijs nationaal park: R$ 384 voor buitenlandse bezoekers en R$ 192 voor Brazilianen (10 dagen geldig).
6. Iets meer dan 3.000 inwoners en (bijna) geen geboortes op het eiland
De Braziliaanse volkstelling van 2022 telde 3.167 inwoners in Fernando de Noronha, tegenover 2.630 in 2010. In 12 jaar groeide de bevolking dus met zo’n 20%, en iedereen woont op het hoofdeiland.
Dat cijfer hangt direct samen met een ongewoon weetje: op het eiland worden zo min mogelijk kinderen geboren. De kraamafdeling van het Hospital São Lucas sloot in 2004. Van zwangere inwoners wordt verwacht dat ze rond de 28 weken (de zevende maand) naar het vasteland reizen om daar te bevallen, en de overheid betaalt de kosten.
Het gaat om een medisch protocol, niet om een wet. Noodgevallen komen nog steeds voor: in juli 2026 beviel een vrouw op Noronha bij 41 weken zwangerschap.
7. Door zijn endemische soorten kreeg het de bijnaam “Galápagos van Brazilië”
Net als de Galápagos ontwikkelde Noronha zich in isolement, en een deel van de fauna komt nergens anders voor. “Galápagos van Brazilië” is een bijnaam uit de media en geen officiële titel, maar de endemische soorten van Fernando de Noronha waaraan de archipel die naam dankt, bestaan echt. Je vindt er onder meer:
Noronha-elenia (Elaenia ridleyana), een kleine vogel die alleen in deze archipel voorkomt en tot de familie van de tirannen hoort.
Noronhavireo (Vireo gracilirostris), een zangvogel die bij BirdLife International als kwetsbaar te boek staat.
Skink van Noronha (Trachylepis atlantica), de hagedis die je vaak op rotsen en paden in de zon ziet liggen.
10 endemische soorten rifvissen, zo telde het districtsbestuur bij een inventarisatie van de zeedieren. Daartoe horen een grondel (Elacatinus phthirophagus) die andere vissen schoonmaakt en nergens anders op aarde voorkomt, en een koraaljuffertje (Stegastes rocasensis) dat vooral rond Noronha en het nabijgelegen Atol das Rocas leeft.
De archipel herbergt ook een van de grootste broedkolonies van zeevogels in het tropische zuiden van de Atlantische Oceaan. Op de kliffen en de buitenste eilandjes nestelen roodpootgenten, bruine genten, fregatvogels en keerkringvogels.
Tot de feiten over Fernando de Noronha hoort ook dat een flink deel van de bezoekers voor het rijke zeeleven komt, vooral professionele duikers en hobbyduikers. Drie groepen dieren springen eruit.
Photo: Pamela Rech
Spinnerdolfijnen
Na een nacht op open zee, waar ze naar voedsel zoeken, trekken de spinnerdolfijnen van Fernando de Noronha naar Baía dos Golfinhos om uit te rusten.
Tussen 1991 en 2015 legden onderzoekers van Projeto Golfinho Rotador vast dat de dolfijnen op 94% van de dagen de baai binnenzwommen. De groepen telden 2 tot 2.719 dieren, met een gemiddelde van 284 per dag. Volgens UNESCO en de IUCN is dit de grootste bekende vaste dolfijnenpopulatie ter wereld.
In Baía dos Golfinhos zijn zwemmen en boten streng verboden. De dolfijnen kun je daarom ’s ochtends vroeg bekijken vanaf het uitkijkpunt boven op de klif, Mirante dos Golfinhos.
Photo: Sandro Rodrigues
Haaien
De meest voorkomende haaien in Fernando de Noronha zijn verpleegsterhaaien, citroenhaaien en Caribische rifhaaien. Het water rond de eilanden is een belangrijke kraamkamer voor jonge haaien. Voor snorkelaars en scubaduikers is een haai zien dan ook vaak een hoogtepunt.
Photo: Sandro Rodrigues
Aanvallen op mensen zijn zeldzaam, maar vergeet niet dat het om wilde dieren gaat. Haaien laten je meestal met rust, tenzij ze worden verstoord. Tijdens duikexcursies geldt dus: hou afstand en volg de aanwijzingen van je instructeur.
Zeeschildpadden
De zeeschildpadden in Fernando de Noronha behoren tot twee soorten. Groene zeeschildpadden (Chelonia mydas) komen van december tot juni of juli aan land om te nestelen, vooral op Praia do Leão. Het seizoen 2024/25 zette een record neer met meer dan 766 nesten, het hoogste aantal sinds de monitoring in 1994 begon.
Karetschildpadden (Eretmochelys imbricata) nestelen hier niet. Jonge dieren zoeken wel voedsel op de riffen, dus tijdens het snorkelen zie je ze vaak. Na een afname van meer dan 80% in drie generaties geldt de soort volgens de IUCN als ernstig bedreigd en wordt ze streng beschermd.
@dohertyphotography
Goed om te weten: Praia do Leão, de belangrijkste nestplaats van groene zeeschildpadden, is ’s nachts gesloten en vanaf 17.00 uur beperkt toegankelijk.
9. Scheepswrakken en koraalriffen
Onder water telt het districtsbestuur 169 soorten rifvissen en 11 koraalsoorten. Rond de riffen van Noronha vind je ook enkele van de bekendste wrakduiken van Brazilië.
De bekendste is de Corveta Ipiranga V-17, een korvet van de Braziliaanse marine. In oktober 1983 liep het schip op de blinde klip Cabeço da Sapata en zonk het binnen ongeveer acht uur. Er vielen geen doden. Nu ligt het rechtop op 55–62 meter diepte: een technische duik, alleen voor duikers met een speciale opleiding.
Veel dichter bij de oppervlakte liggen in Baía de Santo Antônio twee Griekse schepen naast elkaar. De Eleni Stathatos liep in 1929 aan de grond en de Maria Stathatos vloog in 1937 in de haven in brand. Beide liggen op 1 tot 8 meter diepte.
In december 2018 ondertekende het districtsbestuur het decreet Noronha Plástico Zero, dat in april 2019 van kracht werd. Het decreet verbiedt de verkoop en het gebruik van wegwerpplastic op het eiland, van rietjes, bekers, borden en bestek tot plastic tasjes, piepschuimen voedselbakjes en plastic flessen van minder dan 500 ml.
.
Energie is een lastiger probleem. Het grootste deel van de stroom op het eiland komt nog altijd uit de thermische centrale Tubarão, die op diesel en biodiesel draait. De zonneparken Noronha I en II leveren zo’n 10%.
Toch begint dat te veranderen. Energiebedrijf Neoenergia leidt het project Noronha Verde, dat 22 MWp aan zonnepanelen combineert met een batterijsysteem van 49 MWh. Sinds mei 2026 leveren de eerste panelen in een testfase stroom aan het net. In 2027 moet de installatie volledig in bedrijf zijn, met als doel 100% hernieuwbare elektriciteit.
Klaar om Fernando de Noronha te bezoeken? Plan je vakantie met PlanetaEXO!
Nu je deze 10 weetjes over Fernando de Noronha kent, is het tijd om het eiland van dichtbij te zien!
PlanetaEXO is een ecotoerismeplatform dat gespecialiseerd is in duiken in Brazilië. We werken samen met de beste lokale aanbieders en volgen duurzame protocollen. Zo helpt ons team je om zorgeloos je vakantie te plannen en ervaringen op maat samen te stellen. Neem nu contact met ons op!